Faillissement
en doorstart: opvolgend werkgeverschap?
Wanneer
een werkgever failliet gaat, dan zal
de curator doorgaans alle arbeidsovereenkomsten met de werknemers
beëindigen
(art. 40 Faillissementswet). Dat geldt ook voor arbeidsovereenkomsten
van
bepaalde tijd die zonder tussentijdseopzeggingsbeding normaal gesproken
niet
tussentijds zouden kunnen worden beëindigd. De curator moet
daarbij een
opzegtermijn van maximaal 6 weken aanhouden en toestemming van de CWI
is niet
nodig (art. 40 FW juncto art. 6 lid 2 onder c BBA). Wel heeft hij een
machtiging van de rechter-commissaris nodig (art. 68 lid 2 Fw). Een
werknemer
heeft wel de mogelijkheid om tegen de beslissing van de
rechter-commissaris
binnen 5 dagen hoger beroep bij de rechtbank in te stellen (art. 67 lid
1 Fw).
In veel
gevallen wordt het failliete bedrijf
vervolgens door een nieuwe werkgever voortgezet. Vaak komen de
werknemers
vervolgens in dienst van deze nieuwe werkgever. Zo ook in een zaak
waarin een
werknemer van het failliete Knaakland een arbeidscontract kreeg bij de
doorstartende onderneming, Boekenvoordeel. Hoewel de curator ook in
deze zaak de
arbeidsovereenkomst met de werknemer had opgezegd, oordeelde de Hoge
Raad dat de
doorstartende onderneming na faillissement (Boekenvoordeel) dient te
worden
aangemerkt als opvolgend werkgever van de failliet verklaarde
onderneming
(Knaakland). In deze situatie gelden dus gewoon de regels die hierboven
staan
om te bepalen of eventueel een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
(vast
contract) is ontstaan.
(zie
hier
de uitspraak: HR 14 juli 2006, NJ 2007, 101).
⚠ Let op:
als een werkgever slim is dan zal hij
proberen de werknemer een overeenkomst te laten tekenen
(vaststellingsovereenkomst) waarin wordt vastgesteld “dat bij
het aangaan van
de beoogde arbeidsovereenkomst de werkgever nimmer kan worden
aangemerkt als
opvolgend werkgever ten opzichte van de vroegere werkgever als bedoeld
in
artikel 7:667 lid 5 en/of artikel 7:668a lid 2 BW en voorts dat de
boogde
arbeidsovereenkomst op de overeen te komen datum van rechtswege zal
eindigen.”
In dat geval zal namelijk geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (vast contract)
ontstaan op grond van de regels die hiervoor staan (zie
deze
uitspraak: Rb Zwolle-Lelystad 25 november 2009,
ECLI:NL:RBZLY:2009:BK6649).
Als werknemer is het dus verstandig om een dergelijke overeenkomst niet
zomaar
te tekenen!
⚠ Let op:
bij overgang van een
onderneming door middel
van een overeenkomst, een fusie of een splitsing, van een economische
eenheid
die haar identiteit behoudt (artikel 7:662 BW) wordt de nieuwe
werkgever
automatisch gezien als ‘dezelfde werkgever’. In dat
geval is dus enkel artikel
7:668a lid 1 BW van belang.
⚠ Bijzondere situaties
Let op: de volgende bijzondere situaties kunnen verder van belang zijn om te kijken of je een vast contract voor onbepaalde tijd hebt, of niet: