Gratis juridisch advies



Stel hier je vraag:

(60 c/m)

U kunt uw juridische vraag ook stellen per e-mail of per chat:
  • Betaal € 14,99
  • Wij geven u juridisch advies (meestal binnen een dag),
  • Geef ons een beoordeling en vul het formulier in
  • Wij storten € 14,99 terug!
Waarom?
Door de betaling van € 14,99 krijgen wij alleen serieuze vragen en geen spam. Het advies is gratis omdat wij u terugbetalen. Lees hier de toelichting!

  Ik accepteer de algemene voorwaarden
Vraag stellen    Gratis juridisch advies    Gratis juridisch advies


Miljoenenjacht: € 5.000.000, of toch niet? Hoe zit het juridisch?

Iedereen weet inmiddels wat er gebeurde: De ‘Bank’ in Miljoenenjacht had Arrold een aanbod gedaan (€ 125.000 en niet meer verder spelen) en als Arrold dat wilde, dan moest hij op de ‘rode knop’ drukken.

Miljoenenjacht



Kijk je goed naar de uitzending, dan zie je dat Arrold heel plotseling op de ‘rode knop’ drukt, op een moment dat dit niet wordt verwacht. Want Linda geeft net aan: “Als je doorgaat, moet je vier koffers openmaken. etc.” Ook de camera is niet bedacht op deze actie van Arrold en probeert het snel in beeld te brengen. En dan lijkt dat Arrold zich heeft vergist:

Linda: “Je hebt het idee dat dit het goeie moment is om de deal te sluiten?”

Arrold: “Nee, Op het moment dat ik sla, heb ik het idee dat ik het fout doe. Meteen ...”



Hieronder gaan wij uit van de wettelijke regeling en de spelregels die op de website van Miljoenenjacht staan. Wij weten uiteraard niet welke verdere afspraken er misschien zijn gemaakt tussen Arrold en Miljoenenjacht.


Conclusie van NuRecht


  • Allereerst is het van belang om vast te stellen of Arrold zich vergiste (hij drukte op de ‘rode knop’ maar wilde juist verder spelen) of dat hij zich later bedenkt (hij wilde eerst stoppen, maar op het moment dat hij heeft gedrukt krijgt hij hier spijt van). Wat hij zelf aangeeft kan namelijk op beide situaties duiden

  • “Nee, Op het moment dat ik sla, heb ik het idee dat ik het fout doe. Meteen ...”

  • Het valt goed te verdedigen dat door het drukken op de ‘rode knop’ geen overeenkomst met ‘de bank’ is ontstaan. Er was sprake van ‘oneigenlijke dwaling’ en Miljoenenjacht heeft dat ook direct van Arrold kunnen vernemen. Miljoenenjacht kan dan ook niet volhouden dat zij ‘te goeder trouw’ mocht geloven dat Arrold dit aanbod wilde. Feitelijk wilde Arrold verder spelen en dan zou hij kennelijk € 5.000.000.- hebben gewonnen.
  • Voor het geval de rechter tot een ander oordeel zou komen, zou Arrold nog kunnen aanvoeren dat hij - als gevolg van abnormale zenuwen op dat moment - een kortstondige ‘geestelijke stoornis’ had. Door deze ‘geestelijke stoornis’ heeft hij misschien de indruk gewekt dat hij het bod van € 125.000.- wilde accepteren, maar dat wilde hij niet daadwerkelijk.
  • Een eventuele rechtsvraag voor de rechter: maakt de bijzondere situatie dat sprake is van een spel waarbij je hoge prijzen kunt winnen, dat de bovenstaande ‘gewone regels van de wet’ hierdoor niet van toepassing zijn? Bij zo’n spel zal iedereen namelijk zeer gespannen zijn. Is het niet juist een element van het spel dat een deelnemer kan winnen, maar ook een verkeerde beslissing kan nemen? Zijn met andere woorden de spelregels doorslaggevend?
Hieronder kunt u onze toelichting lezen, die wij zoveel mogelijk in ‘begrijpelijke taal’ hebben willen houden. 



Hoe zit het juridisch?

Miljoenenjacht zegt: er is een overeenkomst gesloten door op de ‘rode knop’ te drukken. Dat staat in de spelregels: “Het bedrag dat de finalist in zijn koffer heeft zitten, is het bedrag dat hij kan winnen, tenzij hij in de loop van het spel op een bod van de bank ingaat. In dat geval wint hij het bedrag dat de bank heeft geboden.” En Arrold zegt: ik wilde juist doorspelen!

Vergissing of spijt?

De eerste vraag is of Arrold zich vergiste of dat hij later spijt heeft gekregen. Nadat hij heeft gedrukt op de ‘rode knop’ zegt hij namelijk:“Nee, Op het moment dat ik sla, heb ik het idee dat ik het fout doe. Meteen ...”

Wat bedoelde hij met ‘dat ik het fout doe’? Gaf hij daarmee aan dat hij zich had vergist, of dat hij zich bedenkt en dat hij een verkeerde beslissing heeft genomen? In dat laatste geval zou hij achteraf dus spijt hebben gekregen van de gesloten overeenkomst. En daar lijkt de wet in dit geval geen regeling voor te kennen. Iedereen kan achteraf immers spijt krijgen dat hij iets heeft gekocht of verkocht… Maar als hij zich heeft vergist, dan is wat hieronder staat van belang.

Hoe ontstaat een overeenkomst?

Een overeenkomst ontstaat doordat twee partijen aan elkaar laten weten ‘dat ze iets willen’, en daar vervolgens mee instemmen (Let op: de wet wordt hier voor de duidelijkheid op een simpele manier uitgelegd - zie voetnoten onderaan de pagina). Juristen noemen dit ‘aanbod en aanvaarding’. De één doet een aanbod (hij laat weten wat hij wil) en een ander kan dit aanbod aanvaarden (art. 7:617 lid 1 BW).

De wet geeft niet aan hoe zo’n aanbod eruit moet zien en ook niet hoe je dit moet aanvaarden. Een aanbod kan bijvoorbeeld zijn:

  • de marktkoopman die roept hoeveel zijn appels kosten,
  • een pak melk dat in de winkel staat met een prijs ervoor.


Er ontstaat een koopovereenkomst als u tegen de marktkoopman zegt: “Doe maar een kilo” en als u het pak melk op de toonbank legt om af te rekenen. In dat laatste geval is sprake van ‘stilzwijgende aanvaarding’: het is duidelijk dat u de melk wilt en u hoeft bij de supermarkt niet bij elk artikel te zeggen dat u het wilt kopen…. Gelukkig niet zeg!

Aanvaarding is vormvrij

De wet zegt dus niet hoe je een aanbod van een ander moet accepteren (aanvaarden). Dit is met andere woorden vormvrij (art. 3:37 lid 1 BW[1]). Je kunt daarover dus ook afspraken maken. Deze komen we bijvoorbeeld dagelijks tegen:



Hier zegt bijvoorbeeld een verkoper feitelijk: ik wil wel aan u verkopen, maar dan op mijn voorwaarden. Ik bied u daarom deze algemene voorwaarden aan zodat u ze kunt lezen (aanbod). Als u ze wil accepteren (aanvaarden), dan kunt u dat doen door een ‘vinkje’ te plaatsen.

Je kunt dus afspreken dat een bepaalde handeling betekent dat je het aanbod aanvaart. Maar in veel gevallen doen we dit volgens bepaalde gebruiken of gewoontes. Een paar andere voorbeelden van ‘aanvaarding’:

  • het opsteken van je hand tijdens een veiling,
  • twee boeren op de veemarkt die een overeenkomst sluiten via ‘handjeklap’,
  • eten op je bord scheppen in een buffet restaurant (bijvoorbeeld La Place). Hiermee aanvaard je het aanbod van het restaurant (het eten op het buffet met de prijs die het kost).


‘Aanvaarding’ in Miljoenenjacht

Bij Miljoenenjacht is met de spelers afgesproken hoe zij een aanbod van ‘de Bank’ kunnen accepteren (aanvaarden): door op ‘de rode knop’ te drukken. Dat is duidelijk. De grote vraag is alleen: hoe het zit als iemand een vergissing maakt en eigenlijk iets anders wilde? Advocaat Plasman geeft overigens aan dat de spelregels tussentijds zijn gewijzigd (zie onder).

Zonder wil geen overeenkomst

Voor het ontstaan van een overeenkomst is het nodig dat beide partijen ‘iets willen’, dat ze aan elkaar laten weten ‘wát ze willen’ (zie art. 3:33 BW) en daarover vervolgens een deal sluiten (art. 7:617 lid 1 BW).[2] De wet gaat er dus vanuit dat er geen overeenkomst tot stand kan komen, zonder dat beide partijen dat willen. Maar dat zou dus betekenen dat je een huis zou kunnen kopen, en een maand later tegen de verkoper zou kunnen zeggen: “Grapje, ik wilde eigenlijk juist niet je huis kopen!” Dan zou er dus geen overeenkomst zijn ontstaan.

Dat zou niet werkbaar zijn. De wet kent daarom een gulden middenweg: als iemand bij een ander de schijn opwekt dat hij ‘iets wil’, dan maakt het niet uit of hij dat (achteraf) ook echt ‘daadwerkelijk wilde’. In het voorbeeld van het huis: de verkoper wordt door de wet beschermd tegen deze ‘grappenmaker’ (zie art. 3:35 BW). Tenminste, als de verkoper geen reden had om te vermoeden dat er een ‘grap’ werd gemaakt. Met andere woorden: hij moet dit ‘gerechtvaardigd vertrouwen’.

Gerechtvaardigd vertrouwen = te goeder trouw

Als iemand zegt: “voor een euro mag je m’n Ferrari kopen”, mag je er dan ‘gerechtvaardigd op vertrouwen’ dat deze persoon het meent? Nee, natuurlijk niet. Dit lijk veel eerder een grap. Hier zou de wet deze ‘koper’ dus ook niet beschermen. De koper zou hier ten minste hebben moeten vragen: meent u het echt? Die prijs is toch veel te laag? Etc.

Wil je door de wet worden beschermd in dit soort situaties (iemand zegt dat hij iets wil, maar wil eigenlijk iets heel anders), dan kan dat alleen als je dus echt mocht geloven wat die ander zei: gerechtvaardigd vertrouwen. Dat betekent dat je ‘te goeder trouw’ moet geloven dat die ander meent wat hij zegt. En dat is bij een Ferrari voor € 1,- natuurlijk niet het geval. Dat is zo’n onverwacht en vreemd aanbod, dat je verplicht bent om te onderzoeken of iemand het echt meent (onderzoeksplicht) en anders ben je niet ‘te goeder trouw’.

Onverwachte omstandigheden

Doet iemand een heel vreemd voorstel, of aanvaardt hij opeens iets héél anders dan waar al lang over werd onderhandeld, dan moet je je afvragen of dit wel klopt. Als je zou moeten twijfelen omdat dit aanbod / de aanvaarding zo onverwachts is, dan moet je dit onderzoeken. Doe je dat niet, dan ben je niet te goeder trouw en wordt je niet beschermd door de wet. Dan ontstaat er dus geen overeenkomst: de persoon verklaarde wel dat hij de Ferrari voor een euro wilde verkopen, maar in werkelijkheid was dit een grap. Er was geen werkelijke ‘wil’(zie art. 3:33 BW).

Terug naar de Miljoenenjacht

De titel van de website van Miljoenenjacht laat zien waar het om gaat: “Alles draait om stalen zenuwen, koelbloedigheid en lef bij 'Postcode Loterij Miljoenenjacht’” Duidelijk is dat Miljoenenjacht dus weet dat het (1) om een ‘bijzondere situatie’ gaat, waarbij deelnemers ‘stalen zenuwen’ moeten hebben.

De uitzending laat zien dat Arrold plotseling (2), héél onverwachts op de ‘rode knop’ drukt. Linda is nog aan het uitleggen: ‘Als je doorgaat, moet je vier koffers openmaken. etc.’ en de camera weet het zelfs niet goed in beeld te brengen. Linda vraagt: “Je hebt het idee dat dit het goeie moment is om de deal te sluiten?” En Arrold antwoordt meteen: “Nee, Op het moment dat ik sla, heb ik het idee dat ik het fout doe. Meteen ...”

Vergissing - oneigenlijke dwaling

Kennelijk heeft Arrold zich vergist en dat laat hij ook meteen weten. Kennelijk heeft hij plotseling het besluit genomen dat hij wil verder spelen en om dat te laten zien drukt hij op de ‘rode knop’. Het leek daardoor voor Miljoenenjacht alsof Arrold wilde laten zien dat hij het aanbod van ‘de bank; wilde aanvaarden. Maar in werkelijkheid wilde hij dat juist niet! Er is dan sprake van oneigenlijke dwaling: Miljoenenjacht en Arrold hadden een onjuiste voorstelling (‘dwaalden’) over wat Arrold wilde duidelijk maken toen hij op de ‘rode knop’ drukte.

Andere voorbeelden van oneigenlijke dwaling: je koopt een tv voor 300 euro, waar de verkoper 300 dollar bedoelde. Je stuurt een fax waarin je laat weten een auto te verkopen voor € 3000, maar het faxapparaat drukt het niet goed af en er staat € 300; een nul te weinig.

Miljoenenjacht ‘te goeder trouw’?

Zoals hierboven werd uitgelegd is het de vraag of Miljoenenjacht uit wat Arrold liet zien (drukken op de ‘rode knop’) ‘gerechtvaardig mocht vertrouwen’ dat hij dit ook daadwerkelijk wilde. En zoals gezegd kunnen de omstandigheden soms meebrengen dat je dit moet onderzoeken. Het valt te verdedigen dat dit hier het geval is: in een situatie waarin Arrold (1) wordt overspoeld door zenuwen, drukt hij (2) heel onverwachts op de ‘rode knop’. Linda vraagt hem vervolgens of hij het aanbod heeft willen accepteren (Linda voldoet daarmee dan aan de onderzoeksplicht) en dan blijkt het tegenovergestelde.

Geen wil, geen overeenkomst

Miljoenenjacht weet nu dat Arrold iets anders liet zien dan wat hij daadwerkelijk wilde. Er is dan sprake van ‘oneigenlijke dwaling’. Nu Miljoenenjacht dat direct van Arrold te horen krijgt, wordt zij niet door de wet worden beschermd. Miljoenenjacht kon op dat moment namelijk niet meer ‘te goeder trouw’ geloven dat Arrold daadwerkelijk het aanbod van de bank had willen accepteren (zie art. 3:35 BW). Er was bij Arrold geen ‘wil’ aanwezig en er is daardoor geen overeenkomst tot stand gekomen met ‘de bank’ (zie art. 3:33 BW).

Andere mogelijkheden voor Arrold?

Zoals hierboven staat, denken wij dat het goed valt te verdedigen dat er geen overeenkomst is ontstaan doordat de ‘wil’ van Arrold (doorspelen) en zijn ‘verklaring’ (accepteren aanbod) niet met elkaar overeenkwamen, terwijl Miljoenenjacht niet ‘te goeder trouw’ kon menen dat dit wel zo was. Er was sprake van ‘oneigenlijke dwaling’. Uiteindelijk zal de rechter moeten oordelen wie in dit geval gelijk heeft.

Stel voor dat de rechter wel tot het oordeel komt dat er een overeenkomst is ontstaan. Wat zou Arrold dan verder nog kunnen doen? Hij zou een beroep kunnen doen op artikel 3:34 lid 1 BW:

“Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan.”



Geestelijke stoornis

Dit artikel is in de wet opgenomen als gevolg van het Eelman/Hin-arrest (HR 11 december 1959, NJ 1960). Eelman verkoopt in 1954 zijn boerderij omdat deze door ‘geesten’ in bezit is genomen, maar in 1955 wordt hij onder curatele gesteld vanwege schizofrenie. Hij wil vervolgens de verkoop ongedaan maken omdat hij tengevolge van deze ‘geestelijke stoornis’ had gemeend dat geesten zich van zijn boerderij hadden meester gemaakt. Daardoor had hij iets anders verklaard dan hij daadwerkelijk wilde.

Op artikel 3:34 lid 1 BW wordt niet vaak een beroep gedaan. Onder ‘geestelijke stoornis’ valt overigens niet alleen de situatie dat iemand schizofreen is: ook kan worden gedacht aan een moment van (abnormale) verstrooidheid, een moment van dronkenschap, of van hevige opwinding.[3]

Omdat het natuurlijk lastig kan zijn om te bewijzen dat een bepaalde verklaring het directe gevolg is van deze geestelijke stoornis, geeft de wet een rechtsvermoeden (art. 3:34 lid 1 BW - tweede volzin):

“Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.”

Terug naar Arrold

Dat het drukken op de ‘rode knop’ voor Arrold zeer nadelig was, hoeft niet te worden toegelicht. Het lijkt aannemelijk dat als gevolg van de zéér grote spanning van dat bewuste moment, volgens de wet spake zou kunnen zijn van een situatie waarin zijn geestvermogens tijdelijk waren gestoord. Maar dan moet de spanning of hevige opwinding wel voldoende ernstig zijn geweest. Dat is lastig te beoordelen.

Probleem bij ‘geestelijke stoornis’ in dit geval

Een probleem is in dit geval natuurlijk wel dat Arrold pas achteraf te weten is gekomen dat het drukken op de ‘rode knop’ zeer nadelig voor hem was. Daarnaast is het ook de opzet van het spel om kandidaten telkens met aanbiedingen van de bank te confronteren. Dat maakt dat het vermoeden dat de wet hier geeft waarschijnlijk minder gemakkelijk kan worden toegepast.

Verder kan Miljoenenjacht, ook wanneer een beroep zou worden gedaan op het artikel over een ‘geestelijke stoornis’, nog steeds proberen dit te weerleggen door aan te geven dat zij ‘gerechtvaardigd vertrouwde’ dat Arrold het aanbod van ‘de bank’ wilde aanvaarden (art. 3:35 BW).

Standpunt van advocaat Plasman

Advocaat mr. J.P. Plasman komt tot een andere conclusie. Plasman gaat er - op grond van de spelregels van Miljoenenjacht - vanuit dat het nodig is om eerst 1) het aanbod te aanvaarden (mondeling of schriftelijk?) en vervolgens 2) op de ‘rode knop’ te drukken. Hij voert verder aan dat de spelregels zijn veranderd en dat de ‘rode knop’ pas later is toegevoegd (zie eventueel deze toelichting).

Algemeen probleem: rechtsvraag

In onze conclusie gaven wij aan wat een vermoedelijke vraag zou kunnen zijn die de rechter zal moeten oplossen: maakt de bijzondere situatie dat sprake is van een spel waarbij je hoge prijzen kunt winnen, dat de ‘gewone regels van de wet’ die hierboven worden toegelicht, hierdoor niet van toepassing zijn?

Bij zo’n spel zal iedereen namelijk zeer gespannen zijn. Is het niet juist een element van het spel dat een deelnemer kan winnen, maar ook een verkeerde beslissing kan nemen? Misschien dat om die reden uiteindelijk zal worden geoordeeld dat het spelreglement tóch doorslaggevend is. In dat geval heeft Miljoenenjacht gelijk.

Miljoenenjacht: 5 miljoen, of toch niet?



Korte samenvatting: Uitspraak Rb Amsterdam 18 december 2014
In deze procedure was verzocht om zeven personen als getuigen te kunnen horen in een voorlopig getuigenverhoor. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen omdat de Hoge Raad in zijn arrest van 29 maart 1985 (ECLI:NL:HR:1985:AG4989) heeft overwogen dat een dergelijk verzoek kan worden afgewezen als de verzoeker een te zwakke materiële rechtspositie heeft. En de rechtbank oordeelt dat dit zo is: "Naar het oordeel van de rechtbank is het evident (dat de rechter in een eventueel door [verzoeker] aan te spannen bodemprocedure zal oordelen) dat in deze televisie-spelshow voor de vraag of de kandidaat het bod van de bank accepteert of afwijst (en wil doorspelen) beslissend is of hij wel of niet de rode knop indrukt. [...]

Al het voorgaande brengt met zich dat hetgeen [verzoeker] in een voorlopig getuigenverhoor wil bewijzen – waaronder bewijs van zijn stelling dat zijn wil niet overeenstemde met zijn “verklaring” (dat hij voorafgaand aan het “moment suprème” niet de bedoeling had op de rode knop te drukken en dit ook met anderen heeft gedeeld) – niet relevant is voor de beoordeling van de vordering die [verzoeker] overweegt tegen Endemol en/of de Postcode Loterij in te stellen en dat hij dus geen belang heeft bij een voorlopig getuigenverhoor."

Lees hier de hele uitspraak
X

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/13/566842 / HA RK 14-171

Beschikking van 18 december 2014

in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

advocaat mr. Chr.A. Alberdingk Thijm te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENDEMOL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

advocaat mr. J.A. Schaap te Amsterdam,

2. de naamloze vennootschap

NATIONALE POSTCODE LOTERIJ N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

advocaat mr. M.W.E. Evers te Amsterdam,

verweersters.

Verzoeker wordt hierna [verzoeker] genoemd. Verweersters worden hierna Endemol en de Postcode Loterij genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 juni 2014;

  • -

    de brief van mr. Evers van 1 juli 2014;

  • -

    het faxbericht van mr. Schaap van 2 juli 2014;

  • -

    de tussenbeschikking van 7 augustus 2014, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    het verweerschrift met bijlage van de zijde van Endemol, ingekomen ter griffie op
    27 oktober 2014;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 31 oktober 2014;

  • -

    de brief van mr. Schaap van 12 november 2014 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal;

  • -

    de brief van mr. Alberdingk Thijm van 17 november 2014 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] heeft op 16 oktober 2013 deelgenomen aan het programma Postcode Loterij Miljoenenjacht, geproduceerd door Endemol (hierna: Miljoenenjacht). De Postcode Loterij is sponsor van het programma Miljoenenjacht. Het op 16 oktober 2013 opgenomen programma is op 3 november 2013 uitgezonden. Miljoenenjacht wordt gepresenteerd door [presentatrice].

2.2.

Na het doorlopen van drie voorronden is [verzoeker] uit het publiek als kandidaat geselecteerd en heeft hij de finaleronde bereikt.

2.3.

In de spelregels, die vooraf door [verzoeker] zijn ontvangen, is met betrekking tot het finalespel, voor zover van belang, het volgende opgenomen:

“(…) De finalist mag uit 26 koffers één koffer uitzoeken. In de 26 koffers zitten bedragen oplopend van € 0,01 tot € 5.000.000,-.

De door de finalist uitgezochte koffer blijft dicht.

(…)

Het bedrag dat de finalist in zijn koffer heeft zitten, is het bedrag dat hij kan winnen, tenzij hij in de loop van het spel op een bod van de bank ingaat. In dat geval wint hij het bedrag dat de bank heeft aangeboden. De finalist kan dan geen aanspraak meer maken op het bedrag dat uiteindelijk in zijn koffer blijkt te zitten. De finalist krijgt, nadat er koffers zijn geopend, een bod van de bank om zijn koffer af te staan voor een noemenswaardig bedrag. De finalist zal dus moeten afwegen. Maakt hij een DEAL met de bank en verkoopt hij zijn koffer? Of wacht hij nog even tot er meer koffers opengaan en er meer duidelijkheid is welk bedrag in zijn koffer kan zitten.

(…)”.

2.4.

[verzoeker] heeft gekozen voor koffer nummer 17. Uit de overgebleven 23 koffers heeft hij het voor de eerste ronde vastgestelde aantal van zes koffers geopend. Nadat de bedragen uit deze koffers zo bekend waren geworden, heeft de bank een bod uitgebracht. [verzoeker] is niet op het bod van de bank ingegaan. Hij zei “ik denk niet dat dit het moment is om te stoppen” en heeft het (transparante) kistje met daarin de rode knop gesloten.

2.5.

In de tweede ronde dienden vijf koffers te worden geopend. [verzoeker] heeft vier koffers geopend waarna een (korte) pauze volgde.

2.6.

Na de pauze heeft [verzoeker] de vijfde koffer gekozen waarna de bank een bod van € 125.000 heeft uitgebracht.

2.7.

Daarna heeft [presentatrice] het (transparante) kastje met de rode knop op de desk waarachter zij samen met [verzoeker] stond geopend. Vervolgens was in de uitzending de vrouw van [verzoeker] in beeld, waarbij plotseling het geluid was te horen dat [verzoeker] op de rode knop heeft gedrukt. Daarna vond de volgende dialoog tussen [presentatrice] en [verzoeker] plaats:

“[presentatrice]: “Ik heb hetzelfde gevoel als bij [naam 1] [kandidaat in vorige uitzending, rb].”

[verzoeker]: “Ik ook, het moment dat ik sla.”

[presentatrice]: “Echt waar? Je hebt het idee dat dit het goede moment is om de deal te sluiten?”

[verzoeker]: “Nee, nee. Op het moment dat ik sla, heb ik het idee dat ik het fout doe. Meteen dat ik sla.”

[presentatrice]: “Nou, dan doen we toch net of je het niet gedaan hebt?”

[verzoeker]: “Kan dat?”

[presentatrice]: “Dat weet ik niet, dat ga ik even vragen.”

[verzoeker]: “Ik kijk [naam 2] aan, en ik knik we gaan door.”

[presentatrice]: “En ik denk: wat doe je nou? Je gaat toch het kastje… ik weet niet, kan dat überhaupt of is het als je op een knop slaat is het dan uh?”

[verzoeker]: “Die zenuwen, jongen, dat is echt…”

[presentatrice]: “Het zijn de zenuwen, zegt-ie.”

[verzoeker]: “We hadden al contact samen van we gaan door en ik duw op die knop met m’n stomme kop.”

[presentatrice]: “Ja, je bedoelde dat je het kastje dicht wilde doen.”

[verzoeker]: “Ja.”

[presentatrice]: “Ja, we hebben dit natuurlijk nog nooit meegemaakt eigenlijk dat een kandidaat op een knop drukt en denkt ‘O, wat heb ik nu gedaan, ik heb hier eigenlijk heel veel spijt van’. Dus ik wil gewoon van onze notaris weten: mag dat, als je op de knop geslagen hebt, dat je dan toch zegt: nee, maar ik wou het kastje dicht doen en ik wou eigenlijk doorspelen.”

2.8.

De notaris heeft vervolgens verklaard dat de spelregels dat helaas niet toelaten:

“Ja, ik vind het bijzonder spijtig, maar de reglementen zijn de reglementen, helaas. Dus gedrukt is gedrukt. Dus helaas.”

2.9.

In de koffer met nummer 17 die [verzoeker] had gekozen zat het geldbedrag van € 5.000.000.

2.10.

Na de opname van 16 oktober 2013 heeft de Postcode Loterij de spelregels op haar website vermeld. In aanvulling op de aan [verzoeker] toegestuurde spelregels, is in deze spelregels de in het citaat onderstreepte zin opgenomen:

“(…) Het bedrag dat de finalist in zijn koffer heeft zitten, is het bedrag dat hij kan winnen, tenzij hij in de loop van het spel op een bod van de bank ingaat. In dat geval wint hij het bedrag dat de bank heeft geboden. De finalist kan dan geen aanspraak meer maken op het bedrag dat uiteindelijk in zijn koffer blijkt te zitten. De finalist krijgt, nadat er koffers zijn geopend, een bod van de bank om zijn koffer af te staan voor een noemenswaardig bedrag. De finalist zal dus moeten afwegen. Indien de finalist het bod wil aanvaarden dient hij op de ‘rode knop’ te drukken en daarmee stopt het spel. Maakt hij een DEAL met de bank en verkoopt hij zijn koffer? Of wacht hij nog even tot er meer koffers opengaan en er meer duidelijkheid is welk bedrag in zijn koffer kan zitten. (…)”.

2.11.

[verzoeker] heeft het door hem gewonnen bedrag van € 125.000 ontvangen.

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen, teneinde in ieder geval de zeven in het verzoekschrift genoemde personen als getuigen te horen.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek – kort weergegeven – het volgende ten grondslag. [verzoeker] is vroegtijdig uitgesloten van deelname, omdat de spelleiding aan een gebrekkige wilsuiting van [verzoeker] het gevolg heeft verbonden dat hij niet verder mocht spelen. [verzoeker] wil in een bodemprocedure compensatie van de schade vorderen, die is veroorzaakt doordat het spel aldus is afgebroken. Dit zou onder meer kunnen door het spel alsnog af te spelen, waarbij het reeds ontvangen bedrag van € 125.000 als minimum vaststaat.

3.3.

In de bodemprocedure zal [verzoeker] mogelijk geheel of gedeeltelijk bewijs dienen te leveren omtrent de gebeurtenissen en gesprekken tijdens de opnames, waaruit kenbaar wordt dat hij met het drukken op de rode knop geen uiting heeft gegeven aan een wil het spel tot een einde te brengen. Door middel van een voorlopig getuigenverhoor kan hieromtrent inzicht worden verkregen.

4 Het verweer

4.1.

Endemol verzet zich tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Zij voert daartoe – kort weergegeven – het volgende aan. [verzoeker] heeft met zijn druk op de rode knop het bod van de bank aanvaard en daarmee is zijn deelname aan het spel terecht geëindigd. Zelfs al zou sprake zijn van een vergissing, is het drukken op de rode knop een volgens de spelregels geldige beslissing die het spel doet eindigen. Het accepteren van het bod van de bank wordt sinds 2008 bepaald door het drukken op de rode knop. Volgens Endemol moet het verzoek worden afgewezen omdat [verzoeker] geen belang heeft bij het horen van getuigen, een te zwakke rechtspositie heeft dan wel in strijd handelt met de goede procesorde. Alle feiten ten aanzien van de gebeurtenissen en gesprekken voorafgaand aan, tijdens en na het drukmoment zijn bekend, want alles staat op band. De onderwerpen waarover [verzoeker] aanvullende informatie wenst te verkrijgen zijn niet relevant voor de te beantwoorden rechtsvragen. Bovendien heeft [verzoeker] voorafgaand aan zijn deelname een zogenaamde “quitclaim” ondertekend waarin iedere aansprakelijkheid van Endemol en/of de Postcode Loterij voor schade die [verzoeker] lijdt in verband met zijn deelname is uitgesloten. Door akkoord te gaan met de “quitclaim” heeft [verzoeker] aanvaard dat het oordeel van de spelleiding bindend is. Tot slot merkt Endemol op dat stress en zenuwen een essentieel onderdeel zijn van elke televisie-spelshow en dus ook van Miljoenenjacht. De deelnemer moet ongeacht stress en zenuwen binnen een bepaalde tijd een onherroepelijke, snelle beslissing nemen. De druk en het risico op vergissingen zijn inherent aan het spel en vormen een essentieel element van de aantrekkingskracht ervan. Het – achteraf – afdekken van deze risico’s door te stellen dat er sprake is van een wilsgebrek is niet juist en zou het spel en in haar kielzog alle andere televisie-spelshows goeddeels onmogelijk maken: “it’s all in the game”.

4.2.

De Postcode Loterij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

5 De beoordeling

5.1.

Bij de beoordeling van een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen, geldt ingevolge artikel 186 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gelezen in samenhang met het bepaalde in artikel 166 Rv, als hoofdregel dat indien bewijs door getuigen bij de wet is toegelaten, de rechter een getuigenverhoor beveelt zo vaak een der partijen dit verzoekt, de te bewijzen aangeboden feiten zijn betwist en de te bewijzen feiten tot een beslissing in de zaak kunnen leiden. Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, ook als het overigens aan de eisen voor toewijzing voldoet, evenwel onder andere worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt, waarvan onder meer sprake kan zijn indien verzoeker, in aanmerking nemende de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen, in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten. Ook kan toewijzing van het verzoek achterwege blijven indien het strijdig is met een goede procesorde, dan wel toewijzing van het verzoek moet afstuiten op een ander, door de rechter zwaarwichtig beoordeeld bezwaar. Voorts is ook de in artikel 3:303 BW neergelegde regel, dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt, op het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van toepassing. Deze laatste regel brengt mee dat het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor behoort te worden afgewezen als de verzoeker daarbij onvoldoende belang heeft.

5.2.

Hoewel in het kader van de behandeling van het onderhavige verzoek niet de vraag voorligt of de door [verzoeker] (in een mogelijke uiteindelijke bodemprocedure) in te stellen vordering kans van slagen heeft, moet hij – zoals hiervoor is overwogen – wel een belang hebben bij het houden van het voorlopige getuigenverhoor. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 29 maart 1985 (ECLI:NL:HR:1985:AG4989) heeft overwogen, kan een verzoek ook worden afgewezen als de verzoeker een te zwakke materiële rechtspositie heeft. Dit brengt met zich dat de rechter (bij betwisting) toch zal moeten beoordelen of de vordering die [verzoeker] meent te hebben enige kans van slagen heeft in de bodemprocedure die hij overweegt aanhangig te maken en/of of hetgeen [verzoeker] in het voorlopig getuigenverhoor wil bewijzen, kan bijdragen aan de beoordeling van de vordering in die bodemprocedure, voordat kan worden geoordeeld of het verzoek moet worden toegewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is het evident (dat de rechter in een eventueel door [verzoeker] aan te spannen bodemprocedure zal oordelen) dat in deze televisie-spelshow voor de vraag of de kandidaat het bod van de bank accepteert of afwijst (en wil doorspelen) beslissend is of hij wel of niet de rode knop indrukt. Dat het al dan niet drukken op de rode knop beslissend is voor het verdere verloop van het spel, is duidelijk voor iedereen die (sinds 2008) kijkt naar de spelshow op de televisie en (zeker) ook voor de deelnemers. [verzoeker] betwist ook niet dat hij op de hoogte was van de functie van de rode knop en dat hij deze heeft begrepen. Dat dit niet uitdrukkelijk stond vermeld in de spelregels die aan [verzoeker] zijn uitgereikt voorafgaand aan zijn deelname en de Postcode Loterij eerst na de opnames op 16 oktober 2013 heeft besloten dit ook uitdrukkelijk te vermelden in de schriftelijke regels die op haar website zijn te vinden (en die nadien aan de kandidaten worden uitgereikt), betekent niet dat deze – voor iedereen kenbare – regel daarvoor niet bestond. De situatie zou mogelijk anders kunnen zijn als [verzoeker] daadwerkelijk per ongeluk op de rode knop had gedrukt, dat wil zeggen als hij de rode knop per ongeluk had aangeraakt, bijvoorbeeld terwijl hij – zoals [presentatrice] suggereerde – probeerde het kastje te sluiten waarmee de rode knop wordt afgedekt. Dit is in dit geval niet aan de orde. In de beelden van het moment waarop [verzoeker] op de rode knopt drukt die vanuit een andere camerapositie zijn gemaakt dan de beelden die zijn uitgezonden (en die de rechtbank en partijen tijdens de zitting hebben bekeken) is te zien dat [verzoeker] vol overtuiging op de rode knop slaat (ook [verzoeker] en [presentatrice] gebruiken het woord “slaan”, zie hiervoor onder 2.7).

5.3.

Dit alles betekent dat niet van belang is of [verzoeker] voorafgaand aan het moment van drukken niet van plan was dit te doen (en of hij dit voornemen met zijn vrouw en [presentatrice] heeft besproken). Met Endemol is de rechtbank van oordeel dat het er in een (televisie)spel als dit slechts om gaat wat [verzoeker] op het “moment suprème” heeft gedaan en op dat moment heeft hij – vol overtuiging – op de rode knop gedrukt. Daarmee heeft hij aangegeven het bod van de bank te accepteren en was het spel (voor hem) afgelopen.

5.4.

De advocaten van [verzoeker] hebben gewezen op een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:6669). In die zaak heeft een (potentiële) koper in de afslagfase van een executieveiling van een bedrijfspand bij een bedrag van € 550.000 op de ‘MIJN’-knop gedrukt. De verkopende bank vorderde in kort geding nakoming van de aldus volgens de bank gesloten koopovereenkomst, op grond waarvan de koper het pand voor een koopprijs van € 1.064.000 (inclusief bijkomende kosten) moest afnemen. De rechter oordeelde dat voldoende aannemelijk is dat de wil van de (potentiële) koper er niet op was gericht het pand te kopen voor dit bedrag van ruim 1 miljoen euro en dat dus niet was voldaan aan het vereiste van artikel 3:33 BW (waarin is bepaald dat een rechtshandeling een op een rechtsgevolg gerichte wil vereist die zich door een verklaring heeft geopenbaard).

Het beroep op deze uitspraak kan [verzoeker] niet baten. Allereerst is een (executie)veiling (waar wederkerige overeenkomsten tot stand komen en ook degene die “op de knop drukt” daarmee verplichtingen aangaat) niet vergelijkbaar met een televisiespel (waar de deelnemer een geldbedrag kan winnen). Bovendien was in de “veilingzaak” discussie mogelijk over de vraag op welk bod de (potentiële) koper met het drukken op de ‘MIJN’-knop was ingegaan. Die situatie is in het onderhavige geval niet aan de orde.

5.5.

Al het voorgaande brengt met zich dat hetgeen [verzoeker] in een voorlopig getuigenverhoor wil bewijzen – waaronder bewijs van zijn stelling dat zijn wil niet overeenstemde met zijn “verklaring” (dat hij voorafgaand aan het “moment suprème” niet de bedoeling had op de rode knop te drukken en dit ook met anderen heeft gedeeld) – niet relevant is voor de beoordeling van de vordering die [verzoeker] overweegt tegen Endemol en/of de Postcode Loterij in te stellen en dat hij dus geen belang heeft bij een voorlopig getuigenverhoor.

5.6.

De rechtbank ziet geen aanleiding om [verzoeker], zoals verzocht, te veroordelen in de proceskosten.

6 De beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2014.




[1] Let op: de wettelijke regeling is een stuk ingewikkelder dan hoe wij het hier laten zien voor ‘niet-juristen’. Dit artikel ziet op ‘rechtshandelingen’

[2] Let op: de wettelijke regeling is een stuk ingewikkelder dan hoe wij het hier laten zien voor ‘niet-juristen’. In wezen komt het er (ook in vereenvoudigde weergave voor 'leken') op neer dat je handelingsbekwaam moet zijn om je ‘rechtspositie’ te kunnen veranderen. Je rechtspositie (alles waar je recht op hebt of waar je juist toe verplicht bent) kun je veranderen door middel van een ‘rechtshandeling’ (een ‘handeling’, die een verandering naar het recht teweeg brengt). En om een rechtshandeling te kunnen verrichten moet je handelingsbekwaam zijn (art. 3:32 lid 1 BW). Een overeenkomst wordt vervolgens door de wet gezien als twee rechtshandelingen. Bijvoorbeeld: moeder wil een brood kopen bij de bakker (koopovereenkomst). Moeder verandert haar rechtspositie (koopt een brood en moet de prijs betalen) en ook de bakker (hij verkoopt een brood en krijgt het geld).

[3] J. Hijma e.a., Rechtshandeling en Overeenkomst, Studiereeks Burgerlijk Recht, Deventer: Kluwer 2004, p. 41.