Zoekresultaten / Juridisch Forum NuRecht - Rechtenforum

Juridisch Forum NuRecht - Rechtenforum

Rechtenforum: Juridisch Forum voor juridische vragen. Iedereen kan antwoord geven; de antwoorden zijn niet afkomstig van NuRecht!

Je bent niet ingelogd.

Aankondigingen

Stel hier je vraag:





U kunt uw juridische vraag ook stellen per e-mail of per chat:
  • 1. Betaal € 14,99
  • 2. Wij geven u juridisch advies (meestal binnen een dag),
  • 3. Geef ons een beoordeling en vul het formulier in
  • 4. Wij storten € 14,99 terug!
Waarom?
Door de betaling van € 14,99 krijgen wij alleen serieuze vragen en geen spam. Het advies is gratis omdat wij u terugbetalen. Lees hier de toelichting!

Accepteer de algemene voorwaarden en stel direct je vraag!

  Ik accepteer de algemene voorwaarden

Vraag stellen    Gratis juridisch advies    Gratis juridisch advies


#1 Re: Personen- en familierecht » Erf recht (stief kinderen) » 09-04-15 21:15:27

Hoi Ferdinand,

Ik kan mij voorstellen dat een stiefkind er rechtens een belang bij kan hebben om deze bankgegevens te mogen inzien om te kunnen vaststellen wat het vermogen is van de overleden ouder, ook al verkrijgt het kind dan in eerste instantie een niet-opeisbare vordering. De reden daarvoor is wat artikel 4:16 BW bepaalt: https://www.nurecht.nl/BW4.html#Boek4/T … /Artikel16

Zie ook deze uitspraak:

"De kinderen hebben in de brief van hun advocaat van 4 maart 2006 aan de vader, waarnaar zij ook nu weer verwijzen, om kopieën van de bankafschriften over de periode april 2003 – augustus 2004 verzocht. De vader heeft deze stukken niet aan hen verstrekt en, zoals uit het rapport van [E] lijkt te volgen, ook niet aan [E]. De rechtbank is van oordeel dat de kinderen op grond van artikel 4:16 lid 4 BW in beginsel recht hebben op de gevraagde informatie."

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 010:BP5496

Al met al denk ik dus dat idd kan worden verlangd dat deze bankafschriften worden geopenbaard. Hoe verloopt de zaak verder? Ik hoor graag hoe het afloopt en of ik - of anderen - kunnen helpen. Succes!

#2 Re: Privaatrecht (rest) » Vordering overgedragen aan incassobureau, terecht? » 26-03-15 18:52:47

Hoi Rene,

Ik begrijp dat je op dezelfde dag een laatste herinnering krijgt, maar ook een oproep van een incassobureau om te betalen. Erg netjes is dat niet, maar de wet geeft geen regeling over hoe dit zou moeten worden aangepakt. Wel is het zo dat een vordering doorgaans pas uit handen wordt gegeven aan een incassobureau als degene die het geld moet krijgen zelf al een paar keer heeft aangemaand. Dat is in verband met verzuim soms ook nodig (zie art. 6:81 en 6:82 BW - https://www.nurecht.nl/BW6.html#Boek6/T … Artikel81).

De wet geeft niet aan dat er 'iets moet worden aangegeven' over het 'uit handen geven' van een vordering. Doorgaans doen bedrijven dat wel om de druk wat op te voeren. Maar in dit geval lijkt het mij het beste om even contact op te nemen met het incassobureau, aan te geven dat je pas net een betalingsherinnering hebt ontvangen en dat je op dezelfde dag al een brief van hen hebt gekregen. Het lijkt erop alsof hier dingen door elkaar zijn gaan lopen.

Overigens: een incassobureau kan eigenlijk weinig meer dan u en ik. Het enige dat een dergelijk bureau vaak goed kan is mensen schrik aanjagen en ze daardoor aanzetten om snel te betalen. En incassokosten (dat zijn buitengerechtelijke kosten) kan echt niet alleen een incassobureau in rekening brengen. Ook mijn buurman, als ik hem vraag om voor mij ff een mailtje te sturen naar iemand van wie ik nog geld krijg, kan incassokosten in rekening brengen. Zou ik zelf die aanmaning sturen, dan zou ik ze doorgaans ook zelf gewoon in rekening kunnen brengen. Wel moet dan doorgaans worden gewezen op het feit dat deze kosten in rekening zullen worden gebracht indien niet binnen 14 dagen wordt betaald.

Voor de wet heten incassokosten "redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte" ofwel: kosten die je maakt om je geld te krijgen voor je eventueel naar de rechter gaat c.q. je maakt kosten om je geld alsnog te krijgen, zodat je niet naar de rechter hoeft. Over die kosten geeft artikel 6:96 lid 6 BW aan:

"De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning."

Als er nu dus kosten worden berekend en er zou daar niet op zijn gewezen en je bent een natuurlijke persoon (niet bedrijfsmatig - consument), dan is de kans groot dat die kosten nog niet verschuldigd zijn geworden. Je zegt dat je een eenmanszaak hebt. Vraag is dan of deze vordering ook daarop ziet, of dat het om een vordering daarbuiten gaat. Als het om een groot bedrag gaat, dan kan het handig zijn om ff een jurist de situatie voor te leggen of de mensen van NuRecht.

Ik zou het incassobureau even bellen dus... Succes!

#3 Re: Personen- en familierecht » Erf recht (stief kinderen) » 26-03-15 18:30:12

Het is een wat lastige situatie om zo even op een forum te beantwoorden. Wel kan ik er even iets algemeens over zeggen. Je vraagt: "- Kan de stief dochter en andere kinderen sprake maken op hun vader's deel terwijl mijn moeder nog leeft?"

Sinds 1 juanuari 2003 is er een nieuw erfrecht bij versterf van toepassing. Vanaf dat moment is het zo dat, wanneer de erflater kinderen heeft en een echtgenoot, de kinderen bij zijn overlijden en 'niet-opeisbare' vordering krijgen op deze langstlevende echtgenoot krijgt. Ofwel: uw moeder leeft nog, dus de kinderen die u noemt hebben waarschijnlijk enkel een 'niet-opeisbare' vordering gekregen.

Wat houdt dat in: 'niet-opeisbare' ? Feitelijk betekent dit dat de kinderen wel recht hebben op een bepaald deel uit de erfenis, maar dat ze dat nog niet kunnen 'opvorderen'; ze kunnen er nog niet meer naar de rechter gaan want het komt nu nog uw moeder toe. De wet geeft namelijk aan in artikel 4:13 BW:

"1.De nalatenschap van de erflater die een echtgenoot en een of meer kinderen als erfgenamen achterlaat, wordt, tenzij de erflater bij uiterste wilsbeschikking heeft bepaald dat deze afdeling geheel buiten toepassing blijft, overeenkomstig de volgende leden verdeeld.

2.De echtgenoot verkrijgt van rechtswege de goederen van de nalatenschap. De voldoening van de schulden van de nalatenschap komt voor zijn rekening. Onder schulden van de nalatenschap zijn hier tevens begrepen de ten laste van de gezamenlijke erfgenamen komende uitgaven ter voldoening aan testamentaire lasten.

3.Ieder van de kinderen verkrijgt als erfgenaam van rechtswege een geldvordering ten laste van de echtgenoot, overeenkomend met de waarde van zijn erfdeel. Deze vordering is opeisbaar:

a. indien de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;

b. wanneer de echtgenoot is overleden.

De vordering is ook opeisbaar in door de erflater bij uiterste wilsbeschikking genoemde gevallen." (Zie: https://www.nurecht.nl/BW4.html#Boek4/T … Artikel13)

Pas op het moment dat uw moeder zou komen te overlijden of in de WSNP / faillissement zou komen, wordt de vordering dus pas opeisbaar. Voor zover ik het kan inschatten is dat deels wat u wilde weten. Om een goed advies te kunnen krijgen is het wellicht handig om hiermee naar een notaris te gaan of het aan een jurist te vragen?

Succes in elk geval!

#4 Re: Arbeidsrecht » Verkeerde berekening bonus » 26-03-15 18:16:12

Hoi Knutsel,

Op de site van NuRecht over wettelijke verhoging lees ik dat er over de vraag of een bonus / tantieme / provisie ook tot loon moet worden gezien (dus wettelijke verhoging) in de rechtspraak verschillend is geoordeeld (zie: https://www.nurecht.nl/Wettelijke-verho … -1980.html en https://www.nurecht.nl/Wettelijke-verho … 2000.html).

Als ik kijk in de recente rechtspraak kijk over wettelijke verhoging, dan wordt een bonus wel als loon gezien en dient de bonus dus ook op tijd te worden betaald of geldt anders de wettelijke verhoging. Is dat niet het geval (of is een deel te laat betaald) dan wordt de werkgever automatisch de wettelijke verhoging verschuldigd (zie: art. 7:625 BW):

"Hoe dat laatste ook zij, in de onderhavige procedure is de hoofdvordering van eiser toewijsbaar. De kantonrechter zal aanknopen bij de laatst aan eiser uitgekeerde bonus over 2003, bedragende toen $ 23.000,00. Dat bedrag zal de kantonrechter nemen als basis voor de bonus in 2004. Uitgaande van de door gedaagde gestelde - en door eiser op zich niet betwiste - op 15 april 2005 geldende wisselkoers, is het euro-equivalent dan € 17.790,00. Eiser heeft ook recht op de wettelijke verhoging, die door de kantonrechter, alles overziende, zal worden gematigd tot 10%." (zie: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 06:AW5263).

Conclusie: ja, je hebt recht op wettelijke verhoging, en wettelijke rente over het loon en over de wettelijke verhoging. Om vaak onverklaarbare reden matigen rechter deze wettelijke verhoging wel heel vaak!

Nog iets: bedenk wel dat je werkgever het vast niet leuk zal vinden als je wettelijke verhoging vraagt. Dat de wet zegt: te laat = is wettelijke verhoging weten veel werkgevers niet. Die zien een beroep op de wettelijke verhoging vaak ook als onredelijk.

Succes!

#5 Re: Personen- en familierecht » Erf recht (stief kinderen) » 21-03-15 23:37:37

Hoi Funhouse34,

Ik las je bericht maar ik weet niet welke vraag ik daaruit moet opmaken. Het lijkt me een lastige situatie, maar wat wil je precies weten en waarvoor zoek je - namens je moeder - een oplossing?

Groet

#6 Re: Wet mulder (verkeersboetes) » Alcohol boete en strafblad » 16-03-15 21:08:37

Het alcoholslotprogramma en de wetsgeschiedenis
Het alcoholslotprogramma bestaat sinds 1 december 2011 en wordt opgelegd aan bestuurders van motorvoertuigen – niet zijnde bromfietsen - die worden aangehouden met een ademalcoholgehalte tussen de 1,3 en 1,8 promille (resp. 570-785 ug/l) en aan beginnende bestuurders met een ademalcoholgehalte tussen de 1,0 en 1,8 (resp. 435 en 785 ug/l), of bij weigering van de blaastest. Het is een bestuursrechtelijke maatregel die wordt opgelegd door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: CBR).De deelnemer aan het programma krijgt - nadat hij dit zelf heeft aangevraagd - een rijbewijs B met de code 103 ‘rijden met een alcoholslot’. Het ‘oude’ rijbewijs B wordt overeenkomstig artikel 132b, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994 ongeldig bij de oplegging van de maatregel. Voor alle andere categorieën rijbewijzen, met uitzondering van categorie AM (het bromfietsrijbewijs), wordt het rijbewijs eveneens ongeldig. Het programma duurt (ten minste) twee jaar en betrokkenen betalen zelf de kosten van deelname aan het programma.
Het alcoholslot is een startonderbreker die van overheidswege wordt ingebouwd in de auto van een bestuurder aan wie de maatregel is opgelegd. De bestuurder moet voor het starten in het apparaat blazen. Het slot meet vervolgens de hoeveelheid alcohol in de adem en zorgt ervoor dat de auto niet start wanneer te veel alcohol in de adem wordt gemeten (meer dan 0,2 promille of 88 ug/l). Tijdens de rit vraagt het apparaat op een aantal willekeurige momenten om een herhaling van de blaastest. De deelnemer moet de geregistreerde gegevens om de 46 dagen laten uitlezen bij een uitleesstation. Daarna analyseert het CBR de data. Houdt de deelnemer zich aan de spelregels, dan kan het slot voortaan om de 92 dagen worden uitgelezen. Wanneer niet correct wordt meegewerkt aan het programma, kan de programmaduur worden verlengd of verdere deelname aan het programma worden ontzegd.
Tot de invoering van het ASP is blijkens de wetsgeschiedenis (TK 2008-2009, 31896, nr. 3) besloten omdat de wetgever het aantal ongevallen, veroorzaakt door het rijden onder invloed van alcohol, wilde terugdringen en de huidige bestuurlijke maatregelen onvoldoende effectief heeft bevonden. De wetgever heeft daarom nieuwe instrumenten nodig geacht. Een dergelijk instrument is het ASP. De maatregel is door de wetgever in het bestuursrecht ondergebracht. Doel ervan is het aantal alcohol gerelateerde verkeersslachtoffers te verminderen door de zware overtreders bewust te maken van de grote gevaren van rijden onder invloed van alcohol en hen te leren een scheiding te maken tussen alcoholgebruik en het besturen van een motorrijtuig.


Rechtbank Den Haag van 15 juli 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:5980) en Hof Den Haag 22 september 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:3017).

Waar het in het kort op neerkomt is dat in deze uitspraken wordt vastgesteld dat er in deze combinatie van straffen, feitelijk 'dubbel gestraft' zou worden:

"Ne bis in idem

Het ASP heeft ten doel het beteugelen van de gevaren voor de verkeersveiligheid door de rijgeschiktheid van de betrokken bestuurder te bevorderen. Dit sluit niet uit dat de maatregel als een punitieve maatregel moet worden aangemerkt. Met een punitieve maatregel wordt immers ook speciale preventie beoogd. Het punitieve karakter volgt ook uit de omstandigheid dat de deelname aan het programma wordt ‘afgedwongen’ door het ‘voorwaardelijk deel van de beslissing tot oplegging, dat bij niet deelname het rijbewijs gedurende vijf jaar zijn geldigheid zal verliezen. De politierechter merkt op dat ook ander bekende maatregelen, zoals een oplegging van tbs of de oplegging van deelname aan bijvoorbeeld een agressietraining als oplegging van een strafmaatregelen worden aangemerkt.

[...]

Het ne bis in idem-beginsel brengt mee dat voor hetzelfde feitencomplex niet ten tweede male vervolgd kan worden. De werking van de regel is dan ook beperkt tot het feit waarover in de eerdere/andere instantie is beslist. Wat betreft verdachte is dat feit te kennen uit eerder genoemd besluit van het CBR van 7 maart 2013. En is in dat besluit uit gegaan van het gegeven dat bij verdachte op 22 februari 2013 een ademalcoholgehalte van 805 µg/l is geconstateerd. Nu dat overeenstemt met de feitelijkheden die in deze (straf)zaak ten laste zijn gelegd, zal hierna de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie worden uitgesproken. De politierechter merkt op dat dit oordeel anders zou zijn indien verdachte thans meer of andere feiten verweten zouden kunnen worden dan die al zijn beoordeeld in de bestuursrechtelijke instantie, zoals bijzondere recidive of overtreding van andere voorschriften dan artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.
Beslissing.

[...]

Het opleggen van een bestuurlijke boete, dan wel de mededeling dat er geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, staat dus gelijk aan een kennisgeving van niet verdere vervolging, en roept de rechtsbescherming van artikel 255 van het Wetboek van Strafvordering in het leven. Dit impliceert dat het openbaar ministerie alleen in het geval van nieuwe bezwaren, of wanneer het gerechtshof na een klacht op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering de vervolging alsnog beveelt, kan vervolgen voor een feit waarvoor al een bestuurlijke boete is opgelegd.

De politierechter verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vervolging van verdachte."

Onlangs heeft de Hoge Raad hierover geoordeeld met als strekking:

Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datzelfde feit de onherroepelijk geworden verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd. Die beginselen van een goede procesorde kunnen immers meebrengen – en brengen in de hier aan de orde zijnde gevallen ook mee – dat een inbreuk op het beginsel dat iemand niet twee maal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit, de niet-ontvankelijkheid van het OM in de strafvervolging tot gevolg heeft. Dit vervolgingsbeletsel geldt eveneens gedurende een tegen de oplegging van het asp lopende bezwaar- of beroepsprocedure.
In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat i.c. zaak aan verdachte onherroepelijk de verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd. Dat betekent dat het oordeel van het Hof dat het OM in zijn vervolging n-o is, juist is, wat er ook zij van de daaraan ten grondslag gelegde motivering.
Met het oog op de strafzaken die inmiddels zijn afgedaan met een onherroepelijke veroordeling merkt de HR nog op dat noch de (mogelijke) oplegging van het asp en de daaraan ten grondslag liggende regelgeving noch het daarover in dit arrest gegeven oordeel kan worden aangemerkt als een voor herziening van een veroordeling door de strafrechter vereist (nieuw) "gegeven" a.b.i. art. 457.1 sub c Sv.



De Hoge Raad:

“Tegen de achtergrond van het hiervoor overwogene is bij de huidige Nederlandse regelgeving de strafvervolging van een verdachte ter zake van het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin de verdachte op grond van datzelfde feit de onherroepelijk geworden verplichting tot deelname aan het asp is opgelegd. Die beginselen van een goede procesorde kunnen immers meebrengen – en brengen in de hier aan de orde zijnde gevallen ook mee – dat een inbreuk op het beginsel dat iemand niet twee maal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging tot gevolg heeft.”

(HR 3 maart 20105, ECLI:NL:HR:2015:434).

Onlangs is ook de Afdeling rechtspraak van de RvS omgegaan:

“Bij het voorgaande heeft de Afdeling in aanmerking genomen dat een maatregel als het asp kan bijdragen aan het terugdringen van het aantal verkeersslachtoffers als gevolg van het gebruik van alcohol in het verkeer. De Afdeling onderkent het grote belang daarvan. Het is echter aan de wetgever dan wel de minister om rekening te houden met de gevallen die de Afdeling hebben gebracht tot het oordeel dat artikel 17 van de Regeling onverbindend is. Niet kan worden voorbijgegaan aan de conclusie dat de regeling van het asp, zoals thans in artikel 17 van de Regeling is neergelegd, gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met het asp te dienen doelen. De stelling van het CBR dat ruimte voor een afwijking in bijzondere gevallen tot veel extra bezwaren en beroepen zal leiden, en dat onder meer de verkeersveiligheid daarmee niet is gediend, kan hem niet baten. Het is niet aan de Afdeling, maar aan de wetgever dan wel de minister om te beoordelen in welke gevallen het opleggen van een asp aanvaardbaar zou kunnen zijn, hetzij door hiervoor een regeling te treffen, hetzij door aan het CBR de ruimte te laten met inachtneming van de betrokken belangen deze afweging in een concreet geval te maken. Anders dan het CBR meent, is een zogeheten hardheidsclausule niet de enige mogelijkheid om aan de gerezen bezwaren tegen de regeling van het asp in haar huidige vorm tegemoet te komen. Een meer gedifferentieerde regeling waarbij de regelgever op voorhand afweegt in welke gevallen en onder welke omstandigheden geen asp wordt opgelegd, een keuzemogelijkheid tussen een asp en een onderzoek naar de geschiktheid met mogelijk een onvoorwaardelijke ongeldigverklaring van het rijbewijs voor een bepaalde periode of het geheel intrekken van de regeling van het asp behoren tot de mogelijkheden. Voor een deel van de gevallen zou ook het verlagen van de kosten een oplossing kunnen zijn.
5.6. De Afdeling merkt hierbij nog op dat, naar haar uit voorliggende zaken bekend is, in voorkomend geval een asp wordt opgelegd terwijl de betrokkene voor dezelfde gedraging tevens strafrechtelijk wordt vervolgd wegens rijden onder invloed. De wetgever heeft blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de regelgeving over het asp (Kamerstukken II 2008/09, 31 896, nr. 3, blz. 31/32) onder ogen gezien dat een dergelijke samenloop van een asp met een strafrechtelijke sanctie mogelijk is. Hij heeft daarbij geen aanleiding gezien om deze samenloop uit te sluiten, te beperken of anderszins te regelen, omdat de twee procedures in de visie van de wetgever ieder een eigen doel dienen en daarom naast elkaar kunnen bestaan. Uit het arrest van de Hoge Raad van 3 maart 2015, nr. S 14/04940 (ECLI:NR:HR:2015:434) blijkt echter dat deze samenloop wel degelijk problematisch is. Bij een eventuele herziening van de regelgeving over het asp zal de wetgever dus ook de problematiek van de samenloop met een strafrechtelijke vervolging moeten betrekken.
5.7. De Afdeling is zich er van bewust dat reeds eerder de verbindendheid van de Regeling aan de orde is gesteld en dat de Afdeling toen tot een andere conclusie is gekomen dan in deze uitspraak. De ernst en omvang van de gevolgen die de oplegging van het asp in concrete gevallen heeft, die eerst duidelijk werden door het toenemend aantal zaken dat aan de rechtbanken en de Afdeling is voorgelegd, hebben de Afdeling evenwel genoopt om dat oordeel te heroverwegen en thans tot het in deze uitspraak vervatte oordeel te komen. Uit al deze zaken blijkt dat het niet slechts gaat om incidentele gevallen maar dat het hiervoor geconstateerde gebrek aan evenredigheid van de opgelegde maatregel een structureel karakter heeft, in die zin dat gevallen waarin de maatregel onevenredig uitwerkt zich zeer regelmatig voordoen.”
Zie: http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/z … l?id=82862 

Dan over de boete:

Artikel 3 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalt:
“Met betrekking tot overtredingen worden als justitiële gegevens aangemerkt:
a. de in de artikelen 6 en 7, eerste lid, vermelde gegevens van zaken waarin het openbaar ministerie een beslissing tot afdoening van de zaak heeft genomen met uitzondering van de beslissing tot uitvaardiging van een strafbeschikking waarin uitsluitend een geldboete wordt opgelegd die minder dan € 100,– beloopt alsmede de beslissing tot niet verdere vervolging van de zaak, tenzij voorwaarden zijn gesteld aan laatstgenoemde beslissing;”
Wat de hoogte van de boete nu is weet ik niet, maar kijk ik naar de (vervallen) Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen [...] als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, dan verwacht ik dat het een hoge boete gaat worden:
                                            
              Categorie-indeling G: (rijden onder invloed)
              1 – bestuurders van motorrijtuigen (uitgezonderd cat 2 en 3: bestuurders van vrachtauto’s, autobussen, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig met motor);
              2 – bestuurders van vrachtauto’s en autobussen;
              3 – bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig met motor;
              4 – fietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig zonder motor.
                                                           
              Nummers GA 300 – GA 318: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994)
              
              als bestuurder van een motorrijtuig rijden, terwijl het alcoholgehalte van de adem, dan wel het bloed te hoog is                                            
GA    300    a    – 235 µg/l t/m 350 µg/l (adem)    8 lid 2 sub a WVW 1994    250    350                             
GA    300    b    – 355 µg/l t/m 435 µg/l (adem)         350    450                             
GA    300    c    – 440 µg/l t/m 500 µg/l (adem)         450    550                             
GA    300    d    – 505 µg/l t/m 570 µg/l (adem)         550    650                             
GA    300    e    – vanaf 575 µg/l (adem)         *    *                             
GA    300    f    – vanaf 235 µg/l in combinatie met gevaarlijk rijgedrag (adem)         *    *                             
GA    301    a    – 0,54 ‰ t/m 0,80‰ (bloed)    8 lid 2 sub b WVW 1994    250    350                             
GA    301    b    – 0,81 ‰ t/m 1,00 ‰ (bloed)         350    450                             
GA    301    c    – 1,01‰ t/m 1,15 ‰ (bloed)         450    550                             
GA    301    d    – 1,16 ‰ t/m 1,30 ‰ (bloed)         550    650                             
GA    301    e    – vanaf 1,31 ‰ (bloed)         *    *                             
GA    301    f    – vanaf 0,54 ‰ in combinatie met gevaarlijk rijgedrag (bloed)         *    *                         

Maar bezwaar/beroep instellen is natuurlijk altijd te proberen…

#7 Re: Arbeidsrecht » contract voor onbepaalde tijd en weggestuurd » 12-03-15 23:42:27

Dat is lastig zo om er iets over te zeggen. Er zijn zoveel dingen die van belang kunnen zijn: is er een CAO, wat staat in het arbeidscontract, zo ja: wat bepalen die? Is het een arbeidsovereenkomst waar Nederlands recht op van toepassing is etc?

Het beste kunnen ze - of jij - de vraag voorleggen aan een jurist denk ik. Dat kan ook bij een advocaat, maar er zijn ook goedkopere manieren om hierop een vraag te krijgen. In elk geval denk ik dat meer info nodig is.

#8 Re: Rechtenforum: Alle andere onderwerpen » Mag een bedrijf zomaar online een bedrijfs- profiel openen? » 06-03-15 20:35:47

Een interessante vraag! Ik heb er even over zitten denken maar vermoed dat er niet een juridische grond is om dit te verhinderen. Trustpilot biedt enkel de mogelijkheid aan bezoekers om hun mening te geven over een bedrijf etc. In beginsel is iedereen vrij om zijn mening of beoordeling te geven over een bedrijf. Vroeger werd dat vaak gedaan op een forum en nu zijn er dus websites die dit soort beoordelingen bundelen. Wat dat betreft is er weinig verschil.

Het zou natuurlijk anders zijn als Trustpilot zelf beoordelingen zou maken over uw bedrijf zonder dat die juist zouden zijn, maar ik denk dat het bieden van een platform voor het geven van beoordelingen in beginsel is toegestaan. We lijkt mij dat met het aanbieden van zo'n platform er ook een zekere verplichting op Trustpilot ligt om ervoor te zorgen dat kennelijk onjuiste beoordelingen worden verwijderd (smaad, laster etc.). Het probleem is natuurlijk om daarbij de grens te trekken.

Overigens: Hebt u een slechte beoordeling ontvangen?

#9 Re: Arbeidsrecht » Tijdelijk aangenomen bij wijze van proef » 04-03-15 21:58:08

Hoi Yobo123,

Ik heb ff gekeken voor je of ik er wat meer over kon vinden. Als in je aanstelling staat dat je na een proeftijd van een jaar een vast contract (vaste aanstelling) krijgt, dan mag je daar in beginsel op rekenen lijkt mij. Zeker als deze proeftijd bijna om is, zoals je aangeeft. Je zegt dat er niks in je dossier staat dat je niet goed zou werken, dus dan is dat ook geen reden. Dan mag je daar dus denk ik voorzichtig vanuit gaan. Als ik kijk hoe hier door de rechter in soortgelijke gevallen over wordt geoordeeld, dan denk ik dat de onderstaande twee zaken wel een mooi beeld geven:

3.1. In geding is de handhaving van een besluit ontslag te verlenen met ingang van een binnen de proeftijd gelegen tijdstip. De toetsing van een dergelijk besluit is terughoudend en beperkt zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan geschreven of ongeschreven rechtsregels en algemene rechtsbeginselen, tot de vraag of het bestuursorgaan in redelijkheid tot het oordeel is gekomen dat de betrokken ambtenaar niet aan de door het bestuursorgaan redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen heeft voldaan. Nu het ontslag is verleend korte tijd na aanvang van de aanstelling, dient daarbij mede te worden betrokken of gedaagde tot het oordeel heeft kunnen komen dat appellant ook niet binnen afzienbare tijd aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen zal kunnen voldoen.

3.2. Uit een gespreksverslag van 24 april 2002 is gebleken dat appellant reeds kort na zijn aanstelling van het afdelingshoofd kritiek kreeg op zijn wijze van communiceren met collega’s en derden. Appellant heeft in dit gesprek erkend dat het communicatieve aspect hem wat minder ligt, dat bij vorige werkgevers dezelfde problematiek speelde en dat hij al diverse cursussen op het communicatieve vlak heeft gevolgd. Met appellant is toen afgesproken dat hij zijn wijze van communiceren zal proberen te verbeteren en dat gedaagde de voortgang zal toetsen.

3.3. In de periode vanaf 24 april 2002 tot en met 13 juni 2002 zijn diverse voortgangs-gesprekken met appellant gehouden. Uit de verslagen van deze gesprekken blijkt dat de bij appellants leidinggevende bestaande ontevredenheid over appellants functioneren zich verder uitbreidde op diverse vlakken. Zo heeft deze leidinggevende appellant onder meer aangesproken op zijn houding en gedrag naar collega’s en derden, op het niet accepteren van het gezag van de milieucoördinator, op de wijze waarop hij uitgaande brieven redigeerde en op zijn wijze van communiceren. Appellant heeft daarbij telkens aangegeven het niet eens te zijn met gedaagdes kritiek en hij stelde zich daarbij op het standpunt dat zijn visie de juiste was. De sturende gesprekken brachten dan ook geen verbetering in het functioneren van appellant, ook niet nadat hij daarbij was gewezen op de consequentie van tussentijds ontslag.

3.4. Gelet op de gedingstukken en het verhandelde ter zitting heeft appellant de Raad er niet van kunnen overtuigen dat hij tijdens de sollicitatieprocedure is misleid over de aard en het niveau van de functie en dat dit de basis was voor de ontstane wrijvingen. Indien en voorzover appellant bij indiensttreding niet op de hoogte is geweest van de aanwezigheid en de rol van de milieucoördinator rechtvaardigt dit geenszins appellants houding en opstelling tegenover hem. In een hiërarchische organisatie als die van gedaagde is het immers gebruikelijk, en mag ook van appellant verwacht worden, dat hij zich schikt naar de geenszins onredelijk te achten eisen van een leidinggevende.

3.5. In aanmerking genomen de vele gesprekken die met appellant hebben plaats gevonden is er naar het oordeel van de Raad in voldoende mate gelegenheid geboden aan appellant om zich aan te passen aan de eisen van gedaagdes organisatie. Gedaagde heeft genoegzaam onderbouwd dat appellant niet voldeed aan de in redelijkheid te stellen eisen en verwachtingen en voorts dat, mede gelet op de omstandigheden die in de persoon van appellant zijn gelegen, een reële kans op verbetering in de nabije toekomst niet was te verwachten.

3.6. Gelet op het vorenoverwogene is de Raad, met de rechtbank, van oordeel dat gedaagde in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om appellant voor het einde van het dienstverband ontslag te verlenen. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 005:AT8521


Eiseres had een tijdelijke aanstelling, zonder termijn, met een proeftijd van een jaar. Nadat de proeftijd reeds geruime tijd was verstreken, heeft verweerder de tijdelijke aanstelling, met terugwerkende kracht, met een jaar verlengd. Volgens de voorzieningenrechter is dit niet mogelijk. Door het verstrijken van de proeftijd is van rechtswege een aanstelling voor onbepaalde tijd ontstaan. Door de besluiten van verweerder is eiseres rechtspositioneel in een slechtere positie gebracht dan voor de verlenging van de aanstelling met terugwerkende kracht. Voorts blijkt dat de feitelijke grondslagen die verweerder hanteert, niet overeenkomen met de juridische grondslagen van de besluitvorming. Bovendien is in geding het besluit waarbij verweerder het dienstverband van eiseres heeft opgezegd. Gelet op het gesloten stelsel van ontslaggronden kan dit niet.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 007:BB1013

Al met al lijkt me dus dat je er vanuit mag gaan dat je die vaste aanstelling moet krijgen. Er zijn geen redenen om anders te denken en er is je kennelijk bij de aanstelling ook al het vertrouwen gegeven dat dit zo zou zijn. Mocht dit uiteindelijk anders blijken uit te pakken, dan is het denk ik handig om even juridisch advies in te winnen (zeg maar over de individuele zaak - jouw aanstelling, jouw dossier etc.)

Werk ze! wink

#10 Re: Burenrecht » gedaagd voor gerecht door buren » 21-02-15 19:51:22

Haha, maar hij is de boom dus niet in gegaan? wink

Klinkt erg lastig en vooral omdat het zoveel vorderingen zijn is het ook niet makkelijk om er zo wat over te zeggen. Als je een rechtsbijstandverzekering hebt dan kun je die natuurlijk inschakelen of een jurist of advocaat in de arm nemen. Advocaten zijn doorgaans wat duurder (ca. 120 - 350 per uur). Ook kun je zelf verweer voeren, maar dan is het wel handig om natuurlijk wat van het recht te weten. Met dit soort zaken is het altijd de vraag hoe het juridisch zit: mogen de bomen blijven staan of niet? Is er sprake van onrechtmatige hinder? etc.

Aan de andere kant zou je eventueel ook de kosten op de buren kunnen verhalen die je hebt moeten maken om de tuin weer te herstellen. Dat klinkt namelijk als geleden schade.

Succes ermee en hou ons op de hoogte! Ik ben wel benieuwd wat er van die 14 vorderingen wordt toegewezen of niet. Maar dat hangt er natuurlijk ook vanaf of je een goede jurist kunt vinden of niet denk ik. Wat in elk geval altijd kan: alle eisen opvolgen - scheelt de proceskosten - maar de vraag is natuurlijk of je dat wil... Dan kan de buurman nooit meer de boom in wink

Groet!

#11 Re: Burenrecht » gedaagd voor gerecht door buren » 20-02-15 21:42:29

Hoi Sylly,

Dat klinkt als behoorlijk wat eisen sad Wat vorderen ze precies? Dat planten worden weggehaald? Wat is de reden? Kun je er meer over vertellen?

Ik ben wel benieuwd: dat het soms tussen buren niet goed gaat weet iedereen, maar 14 eisen is wel wat veel.... En wordt het door een jurist behartigd of door een advocaat? Of de rechtsbijstandverzekering?

Laat maar weten, dan hoop ik je te kunnen helpen...

Groet,

Johannes

#12 Re: Uitkering » IVA - WIA: heb ik nu recht op een ontslagvergoeding? » 16-02-15 22:41:48

Nadat je 104 weken (twee jaar) arbeidsongeschikt bent geweest hoeft je werkgever geen loon meer door te betalen. Dat zou anders kunnen zijn indien je werkgever een loonsanctie is opgelegd. Dat is het geval als de werkgever naar het oordeel van de UWV niet genoeg heeft gedaan aan de re-integratie van je als zieke werknemer. Maar ik lees daarover niets in je vraag, dus ik ga ervan uit dat je werkgever het loon binnenkort dus niet meer hoeft door te betalen.

Overigens: je schrijft dat je twee jaar in de 'ziektewet' hebt gezeten, maar ik neem aan dat je werkgever je gedurende die twee jaar het loon heeft doorbetaald (70% van je laatste salaris)? Dit wordt in de volksmond nog vaak 'ziektewet' genoemd, maar dat is het eigenlijk niet. Als je toch echt daadwerkelijk een uitkering hebt gekregen op grond van de ziektewet (waarbij je werkgever dus niet je loon zou hebben doorbetaald) dan is de situatie anders.

Na 104 weken hoeft de werkgever het loon dus niet meer door te betalen. Dan kan worden gekeken naar het beëindigen van de arbeidsovereenkomst of eventueel naar het aanbieden van een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een andere passende functie.

Je geeft aan dat je werkgever de arbeidsovereenkomst wil beëindigen. In dat geval zal (naar verwacht mag worden) worden gevraagd om een 'ontslagvergunning' bij de UWV. Als die wordt verleend, dan kan je werkgever de arbeidsovereenkomst vervolgens beëindigen. Of je daarbij aanspraak kunt maken op een 'ontslagvergoeding' hangt af van verschillende factoren. Het komt er op aan of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is. Daarmee wordt bedoeld dat de gevolgen van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst voor je te ernstig zijn, in verhouding met het belang van de werkgever om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Zo overwoog het Gerechtshof in Den Haag bijvoorbeeld:

'Opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever in verband met de omstandigheid dat de werknemer gedurende een periode van 104 weken arbeidsongeschikt is, is op zichzelf niet kennelijk onredelijk, ook niet als de werkgever geen vergoeding aanbiedt. De werkgever heeft een te respecteren belang bij het beëindigen van een arbeidsovereenkomst die door het niet meer verrichten van arbeid door de werknemer inhoudsloos is geworden. De arbeidsongeschiktheid komt in haar gevolgen (ontslag) in beginsel voor rekening en risico van de werknemer, zodat de C factor 0 is. Dat kan anders zijn, als sprake is van bijkomende factoren, bijvoorbeeld als er een verband is tussen arbeid(somstandigheden) en ziekte of de werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratieverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7:658a BW.'
Zie: (http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 008:BF8136)

Dan je tweede vraag, of een eventuele ontslagvergoeding van invloed is op de hoogte van een IVA-uitkering: De IVA-uitkering wordt geregeld in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Artikel 52 Wet WIA bepaalt dat inkomsten in mindering worden gebracht op de IVA-uitkering (70% van deze inkomsten wordt in mindering gebracht). Het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten bepaalt verder dat ook als inkomen wordt gezien al hetgeen dat uit een vroegere dienstbetrekking als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt genoten.

Sterkte en vooral ook beterschap!

#13 Re: Consumentenrecht » geen remmen na onderhoudsbeurt door officiele dealer » 16-02-15 16:41:54

Hoi Evert,

Wat een situatie! Gelukkig is het goed afgelopen. Om het bij de rechter voor te laten komen moet er wel iets te vorderen zijn, dus bijvoorbeeld schadevergoeding. Maar in dit geval is er geen schade geleden (want het ging gelukkig goed) dus lijkt het lastig om iets te vorderen.

Wat een mogelijkheid zou zijn is om de Bovag te laten bemiddelen als de garage daarbij is aangesloten. Het bemiddelingsreglement van de Bovag staat hieronder. Heel veel succes!

BOVAG-BEMIDDELINGSREGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement regelt de bemiddeling in geschillen met BOVAG-leden, welke voortvloeien uit:
- BOVAG-garanties
- BOVAG-lesovereenkomst.
- BOVAG-huurovereenkomst.
- BOVAG-leverings- en betalingsvoorwaarden (algemene voorwaarden) waarin de
bemiddelingsregeling is opgenomen
Artikel 2
Het verzoek tot bemiddeling kan slechts worden gedaan indien partijen in onderling overleg niet tot
een oplossing van het geschil hebben kunnen komen. Het verzoek tot bemiddeling moet worden
ingediend zo spoedig mogelijk nadat gebleken is dat een oplossing in onderling overleg niet mogelijk
is.
Artikel 3
Het verzoek tot bemiddeling inzake BOVAG-(reparatie) garanties kan slechts worden gedaan indien
de klacht eerst bij de wederpartij is geuit binnen de (reparatie)garantieperiode, tenzij de klager
aannemelijk maakt dat hem ter zake van de termijnoverschrijding geen verwijt treft. Het verzoek tot
bemiddeling inzake de BOVAG-lesovereenkomst kan slechts worden gedaan indien de klacht eerst bij
het BOVAG-lid is geuit binnen een periode van 2 weken nadat de les waarover het geschil bestaat, is
genoten, dan wel binnen een periode van 2 weken na het bekend worden van het feit, waarover het
geschil is ontstaan. Het verzoek tot bemiddeling inzake de BOVAG-huurovereenkomst kan
binnen 3 maanden na het ontstaan van het geschil worden gedaan.
Artikel 4
Het verzoek tot bemiddeling kan worden gericht aan
BOVAG Bemiddeling, Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik of aan bemiddeling@bovag.nl
Artikel 5
Het verzoek tot bemiddeling dient schriftelijk (waaronder ook digitaal wordt begrepen) te worden
ingediend en vergezeld te gaan van alle beschikbare bewijsstukken.
Artikel 6
Aan een bemiddeling, die telefonisch en waar nodig schriftelijk plaatsvindt, zijn geen kosten
verbonden. Het kan voorkomen dat in bepaalde gevallen een technisch onderzoek gewenst of zelfs
noodzakelijk is alvorens er een bemiddelingsvoorstel kan worden uitgebracht. Een technisch
deskundigenonderzoek wordt in beginsel verricht door een onafhankelijk expertisebureau. De kosten
hiervoor komen voor rekening van de partij die opdracht geeft tot een dergelijk onderzoek.
Artikel 7
In alle gevallen waarin zulks naar het oordeel van de bemiddelaar mogelijk en noodzakelijk is, wordt
de bemiddeling afgesloten met een bemiddelingsvoorstel.
Artikel 8
De termijn waarbinnen de bemiddeling wordt afgerond bedraagt gemiddeld 3 maanden, tenzij
bijzondere omstandigheden verlenging van deze termijn noodzakelijk maken.
Artikel 9
Wanneer een bemiddeling niet leidt tot het voor de consument gewenste resultaat dan kan deze zich
wenden tot de Geschillencommissie in kwestie. Eventuele onderzoekskosten die tijdens de
bemiddelingsfase en in overleg met BOVAG Bemiddeling zijn gemaakt, kunnen in de vordering op het
bedrijf worden meegenomen wanneer een bindend advies bij de Geschillencommissie in kwestie
wordt aangevraagd.
Artikel 10
Geschillenregeling inzake de in artikel 1 genoemde produkten:
Een plaatsgevonden bemiddeling staat de keuze van de koper/ opdrachtgever om het geschil door de
gewone rechter te laten beslechten niet in de weg. Een eenmaal op de Geschillencommissie gedaan
beroep staat de gang naar de gewone rechter niet meer toe. Is de in het vorige artikel genoemde
bemiddelingspoging niet geslaagd of geeft de koper/opdrachtgever niet de voorkeur aan een
bemiddeling, dan kan de koper/opdrachtgever het geschil schriftelijk aanhangig maken bij een van de
volgende Geschillencommissies;
Inzake auto’s, caravans, kampeerauto’s en vouwwagens:
Geschillencommissie Voertuigen, postbus 90600, 2509 LP te Den Haag.
De koper/opdrachtgever dient het geschil, binnen zes weken nadat is gebleken dat de bemiddeling
niet tot een oplossing heeft geleid, bij de Geschillencommissie Voertuigen aanhangig te maken.
In het geval dat niet door BOVAG is bemiddeld, dient de koper/ opdrachtgever uiterlijk drie maanden
nadat hij de verkoper/ reparateur de klacht heeft voorgelegd, het geschil bij de betreffende
Geschillencommissie aanhangig te maken.
Inzake autoverhuur:
Geschillencommissie Autoverhuur, postbus 90600, 2509 LP te Den Haag.
In het geval dat is bemiddeld door BOVAG Bemiddeling dient de huurder binnen 6 weken na
ontvangst van het bericht dat de bemiddeling geen resultaat heeft gehad het geschil bij de
Geschillencommissie Autoverhuur aanhangig te maken.
In het geval dat niet door BOVAG Bemiddeling is bemiddeld, dient de huurder uiterlijk 3 maanden
nadat het geschil is gerezen, het geschil bij de Geschillencommissie Autoverhuur aanhangig te
maken.
Inzake rijopleidingen:
Geschillencommissie Rijopleidingen, postbus 90600, 2509 LP te Den Haag.
In het geval dat is bemiddeld door BOVAG Bemiddeling dient de leerling binnen 6 weken na ontvangst
van het bericht dat de bemiddeling geen resultaat heeft gehad het geschil bij de Geschillencommissie
Rijopleidingen aanhangig te maken.
In het geval dat niet door BOVAG Bemiddeling is bemiddeld, dient de leerling uiterlijk 3 maanden
nadat het geschil is gerezen, het geschil bij de Geschillencommissie Rijopleidingen aanhangig te
maken.
Inzake tweewielers:
Geschillencommissie Tweewielers, postbus 90600, 2509 LP te Den Haag.
De koper/opdrachtgever dient het geschil, binnen zes weken nadat is gebleken dat de bemiddeling
niet tot een oplossing heeft geleid, bij de Geschillencommissie Tweewielers aanhangig te maken.
In het geval dat niet door BOVAG is bemiddeld, dient de koper/ opdrachtgever uiterlijk drie maanden
nadat hij de verkoper/ reparateur de klacht heeft voorgelegd, het geschil bij de betreffende
Geschillencommissie aanhangig te maken.
Inzake revisies:
BOVAG Geschillencommissie revisie, p/a BOVAG-secretariaat, Kosterijland 15, 3981 AJ te BUNNIK.
Verplichte BOVAG bemiddeling. Het gemotiveerd verzoek om een uitspraak dient door de meest
gerede partij binnen 3 maanden na het bemiddelingsvoorstel aanhangig te worden gemaakt
(vergezeld van een expertiserapport van een gerenommeerd deskundige) en daarnaast dient de
koper/opdrachtgever, mits de koper/opdrachtgever de betaling daarvan achterwege heeft gelaten, het
bedrag van de dienst en/of zaak waarop het geschil betrekking heeft bij de Geschillencommissie in
depot te storten.
Inzake lichte bedrijfswagens en aanhangwagenverhuur:
BOVAG Geschillencommissies lichte bedrijfswagens dan wel aanhangwagenverhuur per adres
BOVAG-secretariaat, Kosterijland 15, 3981 AJ te BUNNIK.
In het geval dat is bemiddeld door BOVAG Bemiddeling dient de leerling binnen 6 weken na ontvangst
van het bericht dat de bemiddeling geen resultaat heeft gehad het geschil bij de Geschillencommissie
aanhangig te maken. In het geval dat niet door BOVAG Bemiddeling is bemiddeld, dient de leerling
uiterlijk 3 maanden nadat het geschil is gerezen, het geschil bij de Geschillencommissie aanhangig te
maken.
versie: maart 2012

#14 Re: Burenrecht » wettelijke afstand ramen tot de erfgrens » 14-02-15 15:21:48

Zie: https://www.nurecht.nl/BW5.html#Boek5/Titel4/Artikel50

Art. 5:50 BW: Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven.

De vraag is dus of er sprake is van 'voor zover deze op dit erf uitzicht geven'. In de rechtspraak lijkt dit niet als zodanig te worden aangemerkt:

"Zijdelings is, staande aan – vanaf de achterkant van [gedaagde sub 1]s woning bezien – de rechter voorkant van het terras en anders dan [gedaagde sub 1] steeds heeft aangevoerd, schuin naar boven kijkend wel uitzicht op [eiseres]’s dakterras. Omdat artikel 5:50 BW evenwel geen bescherming biedt tegen zijdelings uitzicht, kan niet gezegd worden dat [gedaagde sub 1] in strijd met dit artikel handelt. Weliswaar is in het onderhavige geval sprake van uitzicht schuin naar voren, maar de kantonrechter is van oordeel dat een dergelijk uitzicht op een lijn moet worden gesteld met zijdelings uitzicht. Een andere uitleg zou als onaanvaardbaar gevolg hebben dat een bewoner van een hoekpand, net zoals die van een rijtjeswoning, zijn buren het recht op het oprichten van een dakterras met een beroep op artikel 5:50 BW zou kunnen ontzeggen, zodra hij zelf een dakterras heeft aangebracht.

Dit betekent dat [eiseres]’s vorderingen – mede gelet op de omstandigheid dat ook zij op haar beurt zijdelings uitzicht heeft op het dakterras van [gedaagde sub 1] – zullen worden afgewezen, voor zover zij gebaseerd zijn op artikel 5:50 BW."

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 012:BX1226

In beginsel zou het raam dus mogen lijkt mij.

#15 Re: Rechtenforum: Wat moet anders? » Vakantie in het buitenland: bezwaar niet ontvankelijk » 14-02-15 14:16:41

Helaas is dat idd zo. Een langdurig verblijf in het buitenland in beginsel geen reden is om alsnog in bezwaar te kunnen gaan. De Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State oordeelde dit bijv. als eens in 2002 (rsv 2002/156) en ook de Centrale Raad van Beroep oordeelde op die wijze in 2002 (NJB 2002, p. 1714). Dat u in het buitenland verbleef vorm in beginsel geen 'verschoonbare termijnoverschrijding' (art. 6:11 Awb).

Toelichting:

Mag u lang op vakantie gaan en daarom te laat een rechtsmiddel aanwenden? Nee:

“De Raad is van oordeel dat een betrokkene die voor een langere tijd afwezig is, toereikende maatregelen dient te treffen ter behartiging van de eigen belangen. Als wordt nagelaten om adequate maatregelen te treffen om tegen een of meer eventueel in de vakantie te ontvangen besluiten tijdig bezwaar aan te tekenen, moet dit voor de rekening van de betrokkene blijven. Dit klemt te meer indien betrokkene, zoals in casu, een besluit kan verwachten. In de omstandigheid dat betrokkene met toestemming van het orgaan, c.q. met medeweten van de verzekeringsarts buitenslands was, ziet de Raad geen verschoonbare
reden voor termijnoverschrijding.”1

Waarom eigenlijk niet?

Waarom kan de kennis van het ene onderdeel van een bestuursorgaan niet worden toegerekend aan een ander onderdeel? In juridisch perspectief gaat het om één ondeelbaar bestuursorgaan. De Raad vervolgt:
“De Raad deelt ook niet de opvatting van betrokkene dat de besluiten door verzending aan het vakantieadres bekend hadden behoren te worden gemaakt. Een rechtsplicht voor het orgaan om bekendgemaakte besluiten naar het vakantieadres te zenden, kan in het algemeen niet worden aanvaard.”

Waarom niet in het algemeen, of zelfs maar in casu? Het is toch een feit van algemene bekendheid dat veel allochtone burgers, ook uitkeringsgerechtigden, voor meer dan 6 weken naar hun land van herkomst gaan, vaak met toestemming of medeweten van het bestuursorgaan. Moeten die ‘niet-Awb-mensen’ allemaal zaakwaarnemers aanstellen die blindelings tegen alle binnen komende besluiten in bezwaar of beroep gaan? Dat is misschien goed voor de productiecijfers van bezwaarschriftafdelingen en rechterlijke colleges, maar welk algemeen belang wordt gediend met deze gestrengheid?

Deze vraag dringt zich a fortiori op als de Raad ambtshalve ingrijpt in een geval waarin het bestuursorgaan en de rechtbank de termijnoverschrijding wegens een langdurige vakantie hadden gepardonneerd.2 Het gaat om een burger aan wie door de Sociale Verzekeringsbank deelname aan de vrijwillige verzekering ingevolge de AOW en de Anw was geweigerd. Welk algemeen belang wordt met deze processuele gestrengheid gediend?


1 CRvB 13 augustus 2002, NJB 2002, p. 1714, USZ 2002/290 (vakantie in Marokko).
2 CRvB 3 april 2002, RSV 2002/156 (met de gemachtigde op wereldreis).
zie: http://www.rechtspraak.nl/Organisatie/C … %20web.pdf

#17 Re: Arbeidsrecht » Concurrentiebeding maar ik ga voor mezelf beginnen » 13-02-15 11:49:27

In de eerste plaats is het van belang om na te gaan of het non-concurrentiebeding in het arbeidscontract is opgenomen. En daarmee of het dus in elk geval schriftelijk is overeengekomen. Ook is het enkel geldig als u op dat moment meerderjarig was: https://www.nurecht.nl/BW7.html#Boek7/T … Artikel653

Een ander belangrijk punt is of het non-concurrentiebeding in al deze drie contracten is opgenomen. Dat moet u dus nakijken. Zou het bijvoorbeeld enkel in het laatste contract zijn opgenomen en door u dus zijn aanvaard, dan kan dit in uw voordeel werken.

In beginsel bent u gebonden aan het non-concurrentiebeding, ook wanneer u voor zichzelf gaat beginnen. In 2009 oordeelde het Gerechtshof te Den Haag bijvoorbeeld dat dit ook het geval is wanneer je een eigen bedrijf zou oprichten dat concurrerend kan zijn. http://uitspraken.rechtspraak.nl/inzien … 009:BK0398

#18 Re: Gemeente & overheid » omgevingsvergunning hotel » 13-02-15 11:39:02

In eerste instantie is het van belang om te weten op welke datum deze vergunning(en) zijn verstrekt. Nadat een omgevingsvergunning is verstrekt hebt u namelijk in beginsel 6 weken de tijd om bezwaar te maken tegen de verleende vergunning (art. 6:7 Awb - in de Wabo staat geen andere termijn aangegeven) en onder zeer bijzondere omstandigheden is het zelfs niet uit te sluiten dat daarna nog bezwaar zou kunnen worden gemaakt. Maar dan moet het wel echt gaan om zeer uitzonderlijke omstandigheden (die deden zich bijvoorbeeld voor in: ABRvS 22 augustus 2012, LJN: BX5247). Het eerste wat u dus zou moeten nagaan is of deze termijn van 6 weken al voorbij is, of nog niet.

Als dat niet het geval is dan zou u zo spoedig mogelijk bezwaar moeten maken en dat desnoods 'pro forma (voor de vorm)' moeten doen, om te zorgen dat u binnen die termijn bent. Bent u een dat te laat, dan is het in 99,99% van de gevallen 'te laat'. Zo'n pro forma bezwaarschrift heeft enkel als doel om de termijn te laten verlengen, namelijk door om uitstel te vragen op de wettelijk voorgeschreven wijze.

Forum footer

Powered by FluxBB