Deze vraag werd gesteld in het voormalige forum van NuRecht. De namen van deelnemers en technische forumgegevens zijn niet overgenomen. De inhoudelijke gedachtewisseling is behouden; onderaan staat de huidige juridische stand van zaken.

De vraag

Beste,

N.a.v. een eerdere rechtspraak is bepaald dat ik en mijn vader de gedeelde mentorschap hebben over mijn zus die een verstandelijke beperking heeft.
Verder is er een bewindvoerder aangesteld die over de financiële zaken gaat aangaande mijn zus.

Door een ziekenhuis opname van mijn vader hebben we een crisis opvangplek moeten regelen voor mijn zus bij een zorginstelling en dit is niet de eerste keer dat dit voorgekomen is.
Mijn zus die daar in het verleden al geruime tijd in de instelling heeft gezeten, is daar toen later door mijn vader tegen mijn zin en medeweten weggehaald en in huis opgenomen.
Ik ben sindsdien al geruime tijd bezig om een definitieve plek te vinden voor mijn zus bij mij in de buurt maar dat valt tot op heden niet mee.
Op dit moment zit mijn zus nog in de instelling en heeft ze het daar prima naar haar zin.
Mijn vader komt binnenkort echter weer uit het ziekenhuis en heeft aangegeven mijn zus weer op te halen en in huis te willen opnemen en dat zeer tegen mijn zin.
Los van het feit dat mijn vader niet eens goed voor zichzelf kan zorgen (schuldsanering) en fysieke ongemakken. Wil ik dus niet dat hij haar ophaalt van de zorginstelling en in huis opneemt.

Vraag;

Kan mijn vader die samen met mij de mentorschap heeft over mijn zus de bestaande situatie aanpassen zonder ook mijn toestemming daarvoor nodig te hebben?
Wij willen dat de bestaande opname van mijn zus in de zorginstelling voorlopig blijft zoals deze is en mijn vader wil deze situatie eenzijdig ongedaan maken.
De zorginstelling heeft aangegeven mijn vader niet te kunnen tegenhouden en geen partij hierin te kunnen / mogen kiezen.
Is hier het principe niet van toepassing dat bij het staken van de stemmen 50/50 de situatie ongewijzigd moet blijven en de zorginstelling dus de dagelijkse zorg over mijn zus blijft behouden met mijn instemming?
Door de ziekenhuis opname heeft mijn vader hierin ook mee ingestemd.

We willen eventueel een procedure starten om de mentorschap volledig te krijgen maar dat gaat natuurlijk weken duren...

Met vriendelijke groet,

Antwoord van NuRecht

Mentorschap
Mentorschap is de wettelijke regeling voor meerderjarige personen die hun persoonlijke zaken niet goed meer zelf kunnen regelen. Het gaat dus om de belangen van niet-vermogensrechtelijke aard. (zie art: 1:450 BW). De aangestelde mentor neemt beslissingen over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de persoon in kwestie.

Artikel 1:450 BW bepaalt:

Artikel 450

1.Indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, kan de kantonrechter te zijnen behoeve een mentorschap instellen.

2.Indien te verwachten is dat een minderjarige op het tijdstip waarop hij meerderjarig zal worden, in de in het eerste lid bedoelde toestand zal verkeren, kan het mentorschap reeds voor de meerderjarigheid worden ingesteld.

3.Het mentorschap kan eveneens worden ingesteld, indien te verwachten is dat een meerderjarige binnen afzienbare tijd in de in het eerste lid bedoelde toestand zal verkeren.

4.De rechter bij wie een verzoek tot het verlenen van een voorlopige of voorwaardelijke machtiging, een observatiemachtiging of een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel een machtiging als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die wet aanhangig is, is tevens bevoegd tot kennisneming van een verzoek tot instelling van een mentorschap.

In de aanbevelingen van het LOK (https://www.rechtspraak.nl/procedures/landelijke-regelingen/sector-kantonrecht/richtlijnen%20kantonrechtspraak/pages/default.aspx) staat hierover:

Het instellen van mentorschap behoort geen vanzelfsprekendheid te zijn, als een min of meer
logisch complement van een onderbewindstelling. Voor geneeskundige behandelingen van
wilsonbekwamen voorziet art. 7:465 lid 3 BW, bij afwezigheid van een curator, mentor of
schriftelijk gemachtigde, in vertegenwoordigingsbevoegdheid van partner, ouders, kinderen, broers
en zussen.
Voor benoeming van een mentor kan met name goede grond zijn indien er geen familie is, of
onenigheid binnen de familie leidt tot problemen bij de hulpverlening.
Het mentorschap beoogt
immers een gestructureerde mogelijkheid te bieden voor de behartiging van belangen van
meerderjarigen. Voor een zware toets is minder reden indien het daadwerkelijk om een eigen
verzoek van betrokkene gaat.

Uit wat je aangeeft lijkt het toewijzen van kennelijk gedeeld mentorschap juist tot deze onenigheid. In dat verband is het van belang om te lezen wat staat in art: 1:452 lid 9 BW

De rechter kan twee mentoren benoemen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Zijn er twee mentoren, dan kan ieder van hen de taken die aan een mentor toekomen, alleen verrichten. De rechter kan zo nodig een taakverdeling tussen de mentoren vaststellen. Bij verschil van mening tussen de mentoren beslist op verzoek van een van hen of op verzoek van een instelling als bedoeld in artikel 451, tweede lid, de kantonrechter. Deze kan ook een verdeling van de beloning vaststellen.

Kom je er dus niet uit, dan is het mogelijk om de kantonrechter hierover te laten oordelen.

Stand van zaken in 2026

Bewind en mentorschap beschermen verschillende belangen. Een bewindvoerder beheert de goederen en financiële belangen die onder het bewind vallen; de grondslag staat in artikel 1:431 BW. Een mentor behartigt op grond van artikel 1:450 BW belangen van niet-vermogensrechtelijke aard. Daaronder vallen onder meer beslissingen over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De woon- en zorgsituatie kan daarom tot het terrein van de mentor behoren, terwijl de bewindvoerder over de financiële gevolgen daarvan gaat.

De kern van het oude antwoord geldt nog steeds. Artikel 1:452 lid 9 BW bepaalt dat de rechter twee mentoren kan benoemen. Ieder van hen kan de taken van een mentor in beginsel alleen verrichten, tenzij de rechter een taakverdeling heeft vastgesteld. Een verschil van mening leidt niet automatisch tot een doorslaggevende stem of tot behoud van de bestaande toestand. Op verzoek van een van de mentoren — en in de wettelijk genoemde gevallen ook op verzoek van een instelling — beslist de kantonrechter.

De wens en het belang van de persoon voor wie het mentorschap geldt, staan daarbij centraal. Artikel 1:454 lid 1 BW verplicht de mentor die persoon zo veel mogelijk bij de taakvervulling te betrekken, zelfstandig handelen te bevorderen wanneer dat mogelijk is en de zorg van een goed mentor te betrachten. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden paste deze uitgangspunten in 2022 toe bij een geschil over een mentor en de mogelijke benoeming van een tweede mentor: de ontwikkeling, rust en uitdrukkelijke wensen van de betrokkene wogen zwaar.

Curatele is niet slechts een andere naam voor bewind en mentorschap samen. Zij is een zwaardere beschermingsmaatregel die zowel financiële als persoonlijke belangen raakt en pas in beeld komt wanneer een voldoende bescherming met een lichtere maatregel niet mogelijk is. Een combinatie van bewind en mentorschap kan dus passend zijn zonder dat curatele nodig is.

Bronnen bij de actualisatie

Algemene informatie

De beoordeling van een concrete zaak kan afhangen van feiten en stukken die in deze forumvraag niet zijn genoemd.