Deze vraag werd gesteld in het voormalige forum van NuRecht. Accountnamen en technische forumgegevens zijn niet overgenomen; herkenbare details zijn waar nodig geanonimiseerd. De inhoudelijke gedachtewisseling is behouden voor zover zij voor de juridische vraag van belang is. Onder de forumreacties staat de huidige juridische stand van zaken.

De vraag

Bij iemand gaat voortdurend door voetballende mannen een bal over de schutting. De bewoner deelt mede het zat te zijn om de bal steeds direct terug te moeten geven omdat het spel dan weer direct doorgaat. Bewoner zegt tegen eigenaar van de bal dat de eigenaar de bal bij de gemeente afd. gevonden voorwerpen kan ophalen. De gaat inderdaad de volgende dag naar de gemeente. Aan welk strafbaar feit maakt de bewoner zich schuldig?

Antwoord van NuRecht

Een interessante vraag! Op het moment dat de buren de bal niet teruggeven of niet de mogelijkheid bieden om deze uit de tuin te halen, dan is sprake van verduistering. Artikel 321 Wetboek van Strafrecht bepaalt namelijk:

“Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

https://www.nurecht.nl/Sr.html#TweedeBoek/TitelXXIV/Artikel321

Ook de toevallige aanwezigheid van een zaak bij iemand, bijvoorbeeld ten gevolge van een vergissing van een ander, kan maken dat die persoon het goed (anders dan door misdrijf) onder zich heeft, als in art. 321 Sr. Zie bijvoorbeeld HR 2 december 1958, NJ 1959, 195. De aanwezigheid kan ook ontstaan door het vinden en onder zich nemen van een onbeheerde zaak, zoals in HR 31 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6747. Of sprake is van anders dan door misdrijf onder zich hebben, hangt mede af van het opzet van de verdachte op het moment van verkrijging.

Het houderschap van het goed kan zelfs voortvloeien uit eigenmachtig en onrechtmatig optreden van de verdachte. Illustratief is hier HR 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5664. Toen verdachte zag dat Tosca, de herdershond van de buren, in zijn tuin achter de eenden en ganzen aanjoeg, heeft hij de hond vastgegrepen en opgesloten. De buurman kreeg te horen dat hij de hond pas terug zou krijgen als hij de schade zou vergoeden. Op een gegeven moment belde de verdachte de Dierenambulance met de vraag of zij de hond konden ophalen. Het Hof sprak vrij van de primair tenlastegelegde diefstal - omdat niet bewezen was dat verdachte op het moment waarop hij de hond onder zich nam, handelde met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening - maar veroordeelde wegens verduistering. De toe-eigening werd daarbij niet gezocht in het voortgezette, onrechtmatige houderschap - een retentierecht kwam de verdachte niet toe - maar in de poging zich van de hond te ontdoen door het bellen van de Dierenambulance. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep op voet van art. 81 RO (zie conclusie mr. Knigge - ECLI:NL:PHR:2011:BQ1972).

Conclusie:
Indien een bal dus in de tuin van de buren komt door spelende kinderen of mannen in dit geval, dan krijgen de buren deze bal (doorgaans) anders dan door misdrijf onder zich en zou het wederrechtelijk zijn om de bal toe te eigenen (verduistering). Dan zou dus sprake zijn van verduistering als in Artikel 321 Wetboek van Strafrecht. Op het moment dat de buren de bal vervolgens naar de afdeling gevonden voorwerpen brengen, dan lijkt er geen sprake te zijn van ‘zich toeëigenen’ of verduistering, maar door de bal niet terug te geven maar te brengen naar de afdeling gevonden voorwerpen zou dit op grond van de genoemde uitspraak wel als verduistering kunnen worden aangemerkt (HR 28 augustus 2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA5664). De toeëigening kan namelijk worden gezocht in de poging zich van de bal te ontdoen door hem bij de gevonden voorwerpen te brengen. En dan is dus sprake van verduistering ex art. 321 Sr.

Stand van zaken in 2026

De bal blijft eigendom van degene aan wie hij toebehoort. De eigenaar kan zijn zaak op grond van artikel 5:2 BW in beginsel opeisen van degene die haar zonder recht houdt. Bij een bal die herhaaldelijk in een tuin belandt, ligt het daarom voor de hand afspraken te maken over teruggeven en over het voorkomen van nieuwe overlast.

Voor verduistering volgens artikel 321 Sr is meer nodig dan het enkele feit dat iemand de bal niet onmiddellijk over de schutting teruggooit. Vereist is dat degene die de bal anders dan door misdrijf onder zich heeft, zich deze opzettelijk en wederrechtelijk toe-eigent. Of daarvan sprake is, blijkt uit gedragingen en omstandigheden: de bal zelf houden, verkopen of vernietigen kan anders worden beoordeeld dan hem tijdelijk veilig bewaren en de eigenaar een reële mogelijkheid geven hem terug te krijgen.

Het oude antwoord formuleerde daarom te stellig dat niet teruggeven of niet laten ophalen zonder meer verduistering is. De daarin genoemde arresten laten vooral zien dat ook een gevonden of toevallig ontvangen zaak ‘anders dan door misdrijf’ onder iemand kan komen. De afzonderlijke bestanddelen opzet, wederrechtelijkheid en toe-eigening moeten daarna nog steeds worden vastgesteld.

Bronnen bij de actualisatie

Algemene informatie

De beoordeling van een concrete zaak kan afhangen van feiten en stukken die in deze forumvraag niet zijn genoemd.