Een werkgever en werknemer kunnen tijdens een tijdelijk contract de arbeidsduur, functie of andere voorwaarden wijzigen. De vraag is dan of alleen het bestaande contract wordt aangepast of dat juridisch een nieuwe, opvolgende arbeidsovereenkomst ontstaat.
Is een verhoging van uren een nieuw contract?
Soms krijgt een werknemer een uitbreiding van zijn contracturen. Vooral in het onderwijs en de welzijnssector kwam dit van oudsher voor als uitbreiding van de ‘aanstelling’. Als deze urenuitbreiding een nieuwe arbeidsovereenkomst zou zijn in de zin van artikel 7:668a BW, kan zij meetellen in de keten.
De kantonrechter Apeldoorn oordeelde in 2003 dat addenda over extra uren periodes binnen de bestaande arbeidsovereenkomsten betroffen. Er was volgens die uitspraak geen opvolging, maar samenloop of ‘stapeling van uren’. De urenuitbreiding leverde daardoor geen nieuw contract voor de ketenregeling op.
Hierover is echter ook anders geoordeeld. De rechtbank Zwolle onderzocht in 2009 of telkens voor een halfjaar of jaar overeengekomen uitbreidingen van tien uur zelfstandige arbeidsovereenkomsten waren, of wijzigingen van één bestaande overeenkomst. Daarbij betrok de rechter de beschermingsgedachte van het arbeidsrecht en het doel van de ketenregeling: voorkomen dat de werknemer langdurig in onzekerheid verkeert over de inhoud en omvang van zijn functie en inkomsten.
Een uitbreiding van het aantal uren leidt dus niet automatisch tot een nieuw contract, maar kan evenmin zonder meer als een administratieve wijziging worden afgedaan. Van belang zijn onder meer de duur van de uitbreiding, de afspraken over terugkeer naar het oude aantal uren en de vraag of partijen werkelijk een afzonderlijke overeenkomst hebben gesloten.
Mag de werkgever de ketenregeling omzeilen?
Dat een werkgever zijn contracten zo plant dat een wettelijke grens niet wordt overschreden, maakt die handelwijze niet zonder meer onrechtmatig. De wet stelt immers zelf grenzen aan aantal, duur en tussenpozen.
In een zaak uit 2007 had een reisorganisatie gedurende zeventien jaar seizoenscontracten aangeboden, telkens met een voldoende lange onderbreking. De kantonrechter Groningen vond dat vanwege het seizoenskarakter niet zonder meer misbruik van de ketenregeling. Wel kon goed werkgeverschap meebrengen dat na zo'n langdurige arbeidsrelatie niet zonder een gegronde reden van een nieuw aanbod mocht worden afgezien.
Onder bijzondere omstandigheden kan een constructie worden aangetast wanneer zij slechts op papier een onderbreking of werkgeverswissel creëert terwijl de feitelijke arbeidsverhouding doorgaat. De oude rechtspraak over een onderbreking van drie maanden en één dag moet tegenwoordig bovendien voorzichtig worden gelezen. Tot 1 januari 2028 bedraagt de gewone onderbrekingstermijn zes maanden; vanaf die datum wordt zij in beginsel 36 maanden. Daarnaast kan opvolgend werkgeverschap verhinderen dat een formele wissel een nieuwe keten laat beginnen.
Draaideurconstructie
Wordt een werknemer na afloop van een contract via een andere onderneming teruggeplaatst op dezelfde werkzaamheden, dan is niet alleen de duur van de tussenpoos relevant. De verschillende werkgevers kunnen voor de ketenregeling elkaars opvolger zijn. De feitelijke werkzaamheden en de wijze waarop de overstap tot stand kwam, wegen daarbij zwaar.
Bronnen
- Artikel 7:668a BW.
- Rb. Zwolle 3 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5911.
- HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA2504 (Greenpeace), over het oude recht.
De informatie op deze pagina is algemeen. De uitkomst kan afhangen van het contract, de cao en de overige omstandigheden van het geval.