Gratis juridisch advies



Stel hier je vraag:

(60 c/m)

U kunt uw juridische vraag ook stellen per e-mail of per chat:
  • Betaal € 14,99
  • Wij geven u juridisch advies (meestal binnen een dag),
  • Geef ons een beoordeling en vul het formulier in
  • Wij storten € 14,99 terug!
Waarom?
Door de betaling van € 14,99 krijgen wij alleen serieuze vragen en geen spam. Het advies is gratis omdat wij u terugbetalen. Lees hier de toelichting!

  Ik accepteer de algemene voorwaarden
Vraag stellen    Gratis juridisch advies    Gratis juridisch advies


Geschiedenis van rechtswinkels

In 1969 is de eerste rechtswinkel tamelijk spontaan – en naar eigen zeggen ondoordacht – opgericht in Tilburg. Dit was naar het voorbeeld van de eerste Londense rechtswinkel die in 1969 werd opgericht door Peter Kandler, die op zijn beurt was geinspireerd door Amerikaanse ontwikkelingen op dit gebied. Vanaf 1964 hadden zich hier namelijk op steeds grotere Neighbourhood Law Offices ontwikkeld, en binnen enkele jaren waren er in 210 verschillende Amerikaanse steden Neighbourhood Law Offices te vinden. [1]

De overtuiging bij de oprichting van de rechtswinkel in Tilburg was dat grote groepen mensen niet de ingang tot het rechtssysteem wisten te vinden, of daarbij geen optimale rechtshulp konden krijgen.[2] Er zou sprake zijn van een leemte in de rechtshulp. Dit bleek geen onjuiste overtuiging, want in 1972 volgde een rapport van de daarop ingestelde Commissie Boekman, die concludeerde dat het toenmalige systeem:

  • Discriminerend was ten opzichte van de cliënt,
  • Parasiterend ten aanzien van advocaten en deurwaarders, en
  • Onvoldoende gericht was op rechtshulp buiten het proces.[3]


Groeiend aantal rechtswinkels

In de daaropvolgende jaren volgden gemiddeld 10 nieuwe rechtswinkels per jaar:

  • In 1969 was er 1 rechtswinkel
  • In 1972 waren er 13 rechtswinkels
  • In 1973 waren er 28 rechtswinkels
  • In 1974 waren er 54 rechtswinkels
  • In 1975 waren er ca. 60 rechtswinkels[4]
Momenteel zijn er ca. 80 rechtswinkels.[5]

Rechtshulp

Rechtswinkels verlenen hoofdzakelijk eerstelijns rechtshulp. Dat betreft het verstrekken van informatie en eenvoudige adviezen, alsmede het op naam van de rechtzoekende schrijven van een brief. Bij tweedelijns rechtshulp gaat het om het namens een rechtzoekende optreden en het verlenen van procesbijstand.[6] De rechtshulp die rechtswinkels verlenen spitst zich toe op preventieve- diagnostieke- en conflictregulerende rechtshulpverlening. Zo wordt informatie gegeven, voorlichting over het recht, de rechtspositie en mogelijke consequenties,terwijl tevens wordt geadviseerd in concrete gevallen. Doorgaans gaat het daarbij om eenvoudigere zaken. In voorkomende gevallen kan ook worden bemiddeld in conflicten en kan sprake zijn van vertegenwoordiging in en buiten rechte.[7]

Bezwaren tegen rechtswinkels

Algemeen worden drie belangrijke bezwaren tegen rechtswinkels aangevoerd: een gevreesd gebrek aan deskundigheid, aan continuïteit en aan privacy.

Voorwaarden voor subsidie

De belangrijkste voorwaarde voor rechtswinkels om in aanmerking te komen voor subsidieverlening, is dat de organisatie rechtspersoonlijkheid bezit.[8] Daarnaast is het van belang dat er adviesspreekuren worden gehouden en dat er gestreefd wordt naar samenwerking met andere rechtshulpverleners.[9] In 1975 was ongeveer de helft van de rechtswinkels een stichting, terwijl het resterende deel soms geen rechtspersoonlijkheid bezat, of onderdeel was van een andere instelling.[10]

Aansprakelijkheid

Ten aanzien van eventuele fouten die door medewerkers van rechtswinkels worden gemaakt bestaan verschillen. Bij sommige rechtswinkels wordt dit risico gedekt door een (beperkte) verzekering, waar dit bij verreweg meeste rechtswinkels niet het geval is. Daar wordt aansprakelijkheid uitgesloten in disclaimers, algemene voorwaarden, of in statuten van de stichting. Voorbeelden daarvan zijn de rechtswinkel te Arnhem, Renkum, ’s-Hertogenbosch, Nijmegen, Wijchen, Nieuwegein, Steenwijk, Schiedam, Veenendaal, IJsselstein, Maastricht, Heerlen.[11] Daarbij worden eventuele fouten dus afgewenteld op de cliënten van de rechtswinkel,[12] die hier dus op bedacht dienen te zijn (gemaakt). Maar zoals gezegd bestaan er ook rechtswinkels waarbij de eventuele aansprakelijkheid is beperkt tot bijvoorbeeld maximaal € 5.000.-[13]

Intentie medewerkers

De reden waarom (doorgaans) studenten zich willen inzetten voor een rechtswinkel is – naast de wens om anderen te helpen – drieledig: 1) het combineren van theorie en praktijk, 2) het verlenen van structurele rechtshulp om op die manier de maatschappij te veranderen en 3) het opdoen van ervaring.[14] Doorgaans worden rechtswinkels bemand door rechtenstudenten en/of personen die vanwege specifieke ervaring op bepaalde gebieden de adviespraktijk vervullen.

Uitvoer

Tussen de verschillende rechtswinkels bestaan onderling grote verschillen in opzet en functioneren.[15] Een aantal elementen is echter gemeen:
  • Adviezen worden gratis of tegen zeer geringe kosten verstrekt, ongeacht de draagkracht van cliënten.
  • Het werk wordt verricht door onbetaalde vrijwilligers (rechtenstudenten, pas afgestudeerde juristen of andere hulpverleners).
  • De rechtswinkel is toegankelijk.
  • Gevallen worden geëvalueerd en geregistreerd.


De online rechtswinkel

De Nerderlandse Orde van Advocaten liet in 1975 weten dat een van de gemeenschappelijke doelstellingen van rechtswinkels is: ‘men is voor het publiek geopend ook buiten kantooruren, soms alleen buiten de kantooruren (één of meer avonden per week).[16] Dat streven heeft ertoe geleid dat in 2010 een online rechtswinkel werd opgericht, die in de avonduren geopend is. Het idee achter NuRecht is - kort samengevat - het bieden van een online mogelijkheid tot het inwinnen van juridisch advies, waarbij op het moment zelf dus de juridische vraag die men heeft kan worden beantwoord: Nu Recht. Uiteraard moet de vraag zicht daar wel toe lenen. Bij meer ingewikkelde vragen kan het nodig zijn om ruggespraak te hebben of is verdere bestudering noodzakelijk, zodat het advies na korte tijd kan worden gegeven. Hoewel via internetfora of per e-mail ook zeker juridische vragen kunnen worden gesteld, moet men dan veelal wachten op het antwoord. En een eerder gegeven antwoord dat op een forum staat over een soortgelijk probleem, hoeft natuurlijk niet op elke situatie overeenkomstig van toepassing te zijn.

Het doel van NuRecht is daarmee om direct antwoord te geven indien dit kan, en dat zonder kosten. Dat antwoord is bovendien toegespitst op de concrete situatie van een persoon en onderscheidt zich daarmee van informatie die te vinden is op een forum.

[1] N.F. van Manen, De rechtshulpverleners, Deventer: Kluwer 1978, p. 85; C.J.M. Schuyt, C.A. Groenendijk & B. Sloot, De weg naar het recht. Een rechtssociologisch onderzoek naar de samenhangen tussen maatschappelijke ongelijkheid en juridische hulpverlening, Deventer: Kluwer 1976, p. 37.

[2] Landelijke commissie Justitiebegroting, Discussie over rechtshulp. Wordt het donker Van Agt?, (preadvies), Groningen: 1978, p. 15.

[3] Interim-rapport Studiecommissie Rechtsbijstand aan on- en minvermogenden (Commissie Boekman).

[4] N. F. van Manen, De rechtshulpverleners, Deventer: Kluwer 1978, p. 85.

[6] N.F. van Manen, Rechtshulp in de buurt (diss), Groningen: wolters-Nordhoff 1989, p. 6.

[7] Landelijke commissie Justitiebegroting, Discussie over rechtshulp. Wordt het donker Van Agt?, (preadvies), Groningen: 1978, p. 57.

[8] Stcrt. 15 juni 1976.

[9] Kamerstukken II, 1975-76, 13600 VI, nr. 2, p. 2.

[10] N.F. van Manen, De rechtshulpverleners, Deventer: Kluwer 1978, p. 86.

[12] N.F. van Manen, De rechtshulpverleners, Deventer: Kluwer 1978, p. 87.

[14] Jaarverslag rechtswinkel Groningen, 1974-1976, p. 67; N. Van Manen, De rechtshulpverleners, Deventer: Kluwer 1978, p. 89.

[15] Landelijke commissie Justitiebegroting, Discussie over rechtshulp. Wordt het donker Van Agt?, (preadvies), Groningen: 1978, p. 20; NOVA, Van kosteloze rechtsbijstand naar gefinancierde rechtshulp, Den Haag: NOVA 1975, p.8.

[16] NOVA, Van kosteloze rechtsbijstand naar gefinancierde rechtshulp, Den Haag: NOVA 1975, p.8.