Gratis juridisch advies



Stel hier je vraag:

(60 c/m)

U kunt uw juridische vraag ook stellen per e-mail of per chat:
  • Betaal € 14,99
  • Wij geven u juridisch advies (meestal binnen een dag),
  • Geef ons een beoordeling en vul het formulier in
  • Wij storten € 14,99 terug!
Waarom?
Door de betaling van € 14,99 krijgen wij alleen serieuze vragen en geen spam. Het advies is gratis omdat wij u terugbetalen. Lees hier de toelichting!

  Ik accepteer de algemene voorwaarden
Vraag stellen    Gratis juridisch advies    Gratis juridisch advies


Werkwijze

NuRecht tracht een zo goed mogelijk juridisch advies te geven dat wordt gemotiveerd en onderbouwd. Iemand die een vraag stelt moet met het advies van NuRecht in principe volledige helderheid krijgen over de situatie. Om daarvan een voorbeeld te geven over een vraag omtrent hinder van een haag die op de erfgrens staat:
Antwoord van een concurrent: rechtswinkel.nl - 25 november 2015:
Indien de haag op de gezamenlijke erfgrens staat dan is het gezamenlijk eigendom en zijn buren ook gezamenlijk verantwoordelijk voor het onderhoud. Dit is anders als de haag op uw grond staat. In dit geval bent u geheel verantwoordelijk voor onderhoud en de afval die er af komt.
Antwoord van NuRecht (13-1-2015):
Wij ontvingen uw vragen naar aanleiding van het artikel op www.nurecht.nl/privaatrecht-afstand-bomen-erfgrens, die wij onderstaand zullen beantwoorden.

 

Waar in artikel 5:42 lid 3 BW wordt gesproken van een scheidsmuur, dan wordt daarmee een muur bedoeld als in artikel 5:49 lid 1 BW: "Ieder der eigenaars van aangrenzende erven in een aaneengebouwd gedeelte van een gemeente kan te allen tijde vorderen dat de andere eigenaar ertoe meewerkt, dat op de grens van de erven een scheidsmuur van twee meter hoogte wordt opgericht, voor zover een verordening of een plaatselijke gewoonte de wijze of de hoogte der afscheiding niet anders regelt. De eigenaars dragen in de kosten van de afscheiding voor gelijke delen bij." Daaruit volgt dat deze muur dus op de erfgrens moet staan en dat deze dan in beginsel twee meter hoog kan zijn. En indien er een dergelijke scheidsmuur op de erfgrens staat, dan mogen hier dus ook bomen naast geplant worden op een kortere afstand dan die artikel 5:42 lid 2 BW voorschrijft.

 

De reden dat in artikel 5:42 lid 3 BW is bepaald dat de nabuur zich niet tegen de aanwezigheid van bomen, heesters of heggen kan verzetten die niet hoger reiken dan de scheidsmuur tussen de erven, is omdat door dergelijke beplanting dan geen lucht, licht of uitzicht wordt ontnomen (TM, Parl. Gesch. 5, p. 190). Indien - zoals u aangeeft - daarvan juist wel sprake zou zijn doordat in de muur een venster is, dan zou dat in beginsel dus betekenen dat de nabuur zich daar dan juist wél tegen kan verzetten. In dat verband zou ook artikel 5:37 BW inderdaad van belang kunnen zijn.

 

In uw situatie blijkt het echter niet om een scheidsmuur te gaan die op de grens van de erven staat (bijvoorbeeld een schutting), maar gaat het om een muur van uw huis die niet op de erfgrens staat. Op een dergelijke muur ziet artikel 5:42 lid 3 BW naar wij menen niet. Dat uw juridisch adviseur daartoe een andere mening aanhangt doet daaraan wat ons betreft niet af en wellicht is het in dat verband ook verstandig om deze adviseur te vragen in welke rechterlijke uitspraken dit zou blijken en of in welke Kamerstukken. Naar wij bovenstaand hebben aangegeven is het de bedoeling van de wetgever dat indien geen geen lucht, licht of uitzicht wordt ontnomen, men zich dan niet tegen dergelijke beplanting kan verzetten.

 

Wanneer wij de jurisprudentie hierop raadplegen dan is daarin bijvoorbeeld de volgende casus te vinden:

 

"4.5. Met betrekking tot de laurierhaag staat vast, dat deze door [gedaagden]. is geplant nadat partijen hun woningen in gebruik hadden genomen en dat deze haag zich bevindt op de grond van [gedaagden]. op een afstand van tenminste 0.50 meter van de perceelsgrens, welke onder meer wordt gevormd door de zijkant van de woning van [eisers]. Voorts staat vast, dat deze haag zich bevindt voor twee ramen in die zijkant van de woning van [eisers] en dat de hoogte van de haag uitkomt boven de onderste helft van die ramen doch lager is dan de wettelijk toegestane hoogte van twee meter voor een scheidsmuur. [...] 4.7. Vooropgesteld wordt, dat in beginsel geen rechtvaardigingsgrond is gelegen in het feit, dat een eigenaar een hem in de wet toegekende bevoegdheid uitoefent, zodat reeds hierom het eerste verweer moet worden verworpen.

 

Uit de overgelegde foto’s is voorshands voldoende aannemelijk, dat de hoogte van de onderhavige laurierhaag licht onthoudt aan de woning van [eisers] en daarmee hinder veroorzaakt. Of deze hinder onrechtmatig is, dient te worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria van artikel 162 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Dit betekent, dat moet worden bezien of [gedaagden]. door het plaatsen en houden van de onderhavige laurierhaag op een hoogte boven de onderkant van de bewuste ramen zonder rechtvaardigingsgrond handelt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt." (Zie hier de uitspraak).

 

Ter zake van de hoogte van deze coniferen kan naar wij menen worden aangesloten bij de volgende casus:

 

"4.4. [eiser] vordert verwijdering van de laurierhaag op grond van artikel 5:42 lid 1 en 2 BW. Bij dagvaarding stelde hij zich op het standpunt dat de laurierhaag een heg betreft, ter zitting heeft hij echter betoogd dat het gaat om een boom. De voorzieningenrechter overweegt dat er naar gangbaar spraakgebruik en gelet op de plaatselijke omstandigheden van uit moet worden gegaan dat een laurierhaag een heg is en geen boom. Op grond van bovengenoemd artikel is het niet toegestaan een heg binnen 50 centimeter van de erfgrens te hebben, tenzij (onder meer) sprake is van toestemming van de eigenaar van het aangrenzende erf of ingevolge een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is toegelaten. Vast staat dat in elk geval een deel van de laurierhaag met een lengte van 8 meter binnen deze 50 centimeter van de erfgrens staat. In dit geval is niet gesteld of gebleken dat [eiser] de bedoelde toestemming heeft gegeven. Omtrent de door [gedaagde sub1] c.s. en [gedaagde sub 2] gestelde plaatselijke gewoonte is voorts onvoldoende aangevoerd om voorshands te kunnen worden aangenomen dat er een plaatselijke gewoonte is. Hieruit volgt dat het gedeelte van de laurierhaag waarvan de voet van de stam(men) zich binnen 50 centimeter van de erfgrens bevindt in beginsel verwijderd dient te worden. 4.5. De redelijkheid en billijkheid verzetten zich echter tegen verwijdering indien sprake is van een heg met een zodanige hoogte dat deze op zichzelf ter plaatse toelaatbaar is. Omtrent deze hoogte wordt overwogen dat in artikel 5:49 BW een scheidsmuur van 2 meter hoogte wordt toegelaten en dat artikel 5:42 lid 3 BW heggen toelaat tot de hoogte van de scheidsmuur. Hieruit kan worden afgeleid dat in beginsel een heg tot een hoogte van 2 meter toelaatbaar is wanneer deze, zoals in het onderhavige geval, de functie vervult van scheidsmuur die de buren tegenover elkaar privacy moet bieden. Hieruit volgt dat aan de vordering tot verwijdering in dit geval kan worden voldaan door de beplantingen die boven de (denkbeeldige) scheidsmuur uitsteken, tot (onder) de scheidsmuur terug te brengen. Daar komt bij dat verwijdering in dit geval een onomkeerbaar gevolg heeft en het niet zeker is dat de rechter in een bodemprocedure hiertoe zal besluiten. Voorts is niet gebleken dat de beplanting de door [eiser] gestelde hinder veroorzaakt. De voorzieningenrechter zal daarom in dit geval het mindere toewijzen, namelijk dat de laurierhaag voor zover deze zich binnen 50 centimeter van de erfgrens bevindt, gesnoeid wordt gehouden tot maximaal twee meter." (Zie hier de uitspraak).

 

De vraag is dus of de coniferen die u hier beschrijft op de erfgrens staan en derhalve de functie vervullen van een scheidsmuur. Nu u aangeeft dat de coniferen tegen de muur (uw gevel) zijn geplaatst, dan zou het natuurlijk ook kunnen zijn dat deze deels op uw grond zouden staan. U gaf immers aan dat deze gevel niet op de erfgrens staat. Zouden de coniferen de functie van scheidsmuur vervullen, dan is goed denkbaar dat deze tot een hoogte van 2 meter als 'toegestaan' zouden worden beoordeeld door de rechter. Hiervoor is overigens niet vereist dat de grens er dan in het midden onderdoor loopt (W. Wijting, Mandeligheid in de bouw, BR 2000, p 383). Maar op het moment dat de coniferen u licht ontnemen, dan kan het dus zijn dat deze juist niet 'toegestaan' zijn.

 

Kwaliteitswaarborg

NuRecht hecht de grootste waarde aan de kwaliteit van het advies. Alle vrijwilligers hebben een universitaire rechtenopleiding gevolgd of zijn in de laatste fase van deze opleiding. Dit wordt bij iedereen gecontroleerd aan de hand van diploma’s en cijferlijsten.