Hoe
kan ik mijn voornaam veranderen?
Het wijzigen van de voornaam is wat eenvoudiger dan het wijzigen van de
achternaam. Degene die zijn voornaam wil wijzigen (of zijn wettelijke
vertegenwoordiger) kan daartoe een verzoek indienen
Het wijzigen van de voornaam is wat eenvoudiger dan het wijzigen van de
achternaam. Degene die zijn voornaam wil wijzigen (of zijn wettelijke
vertegenwoordiger) kan daartoe een verzoek indienen bij de rechtbank.
De wet geeft hierover aan (art. 1:4 lid 3 BW):
“Wijziging
van de voornamen kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn
wettelijke vertegenwoordiger worden gelast door de rechtbank. De
wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding
aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 20a,
eerste lid. In geval van wijziging van de voornamen van een buiten
Nederland geboren persoon geeft de rechtbank die de beschikking geeft,
voor zoveel nodig ambtshalve hetzij een last tot inschrijving van de
akte van geboorte dan wel van de akte of de uitspraak, bedoeld in
artikel 25g, eerste lid, hetzij de in artikel 25c bedoelde
beschikking.”
Veranderen of schrappen voornaam
Het wijzigen van de voornaam kan zowel het schrappen als het toevoegen
van een naam inhouden. Voor wijziging moet wel een voldoende ‘
zwaarwichtig
belang’
bestaan en bovendien moet de rechter nagaan of de gevraagde naam
geoorloofd is. De naam moet namelijk worden geweigerd als deze ongepast
is of als het een bestaande geslachtsnaam betreft (art. 1:4 lid 2 BW).
Zwaarwichtig
belang
Om
de voornaam de kunnen wijzigen moet je dus een heel goede reden
hebben: een zwaarwichtig belang. Van een ‘zwaarwichtig
belang’ kan bijvoorbeeld sprake zijn ingeval van
transseksualiteit, wijziging van geslacht (art. 1:28 BW) of indien de
adoptiefouders de geboortenaam willen wijzigen. Ook kan hiervan sprake
zijn als iemand zijn naam ‘zo vreselijk lelijk
vindt’, dat
de naam een te grote belasting voor de persoon met zich brengt. Maar
daarvan is zeker niet zomaar sprake. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak
waarin de rechter oordeelt dat de persoon in kwestie niet “in
bijzondere mate lijdt onder het dragen van de voornamen” (
Rb Maastricht
6 april 2010, LJN: BM2066).