vast contract



Stel gratis je vraag:

(60 c/m)

Of stel uw juridische vraag per e-mail of per chat:
  • Betaal € 24,99
  • U krijgt juridisch advies (meestal binnen een dag)
  • Beoordeel NuRecht en stuur het formulier op
  • Wij storten € 24,99 terug!
  • GRATIS!👍
Waarom?
Door de betaling van € 24,99 krijgen wij alleen serieuze vragen en geen spam. Het advies is gratis omdat wij u terugbetalen. Lees hier waarom!

  Ik accepteer de algemene voorwaarden en geef toestemming om mijn persoonsgegevens te verwerken, zoals ik gelezen heb in het Privacybeleid.
Stel je vraag  Gratis juridisch advies Gratis juridisch advies

Vast contract: Contractverhoging

Is contractverhoging een ‘nieuw contract’?

Soms krijgt een werknemer een uitbreiding van zijn contracturen en krijgt dus meer uren om te werken. Vooral in het onderwijs en de welzijnssector kent men het verschijnsel van uitbreiding van de ''aanstelling” (zie noot Prof. mr. E. Verhulp bij Ktr. Apeldoorn 2 juli 2003, JAR 2003,170). Is deze contractverhoging of urenuitbreiding dan een nieuw contract? Als deze contractverhoging namelijk een nieuw contract zou zijn in de zin van art. 7:668a BW, dan zou op die manier dus ook een contract kunnen ontstaan voor onbepaalde tijd (vast contract).

De kantonrechter in Apeldoorn oordeelde dat een contractverhoging geen nieuw contract oplevert voor de ketenbepaling, en dus ook niet tot een contract voor onbepaalde tijd (vast contract) kan leiden:

“De addenda bij de arbeidsovereenkomsten betreffen periodes binnen die arbeidsovereenkomsten en kunnen derhalve niet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomsten die de “hoofdovereenkomst” hebben opgevolgd in de zin van art. 7:668a BW. Hier is geen sprake van opvolging maar van samenloop van arbeidsovereenkomsten (of, zoals gedaagde het uitdrukt: stapeling van uren), zodat het beroep op art. 7:668a BW niet opgaat.” (Ktr. Apeldoorn 2 juli 2003, JAR 2003,170).

Hierover wordt ook wel eens anders geoordeeld, zoals blijkt uit deze uitspraak (Rb Zwolle 3 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5911).

Lees hier eventueel de motivering hiervoor.
X

Rb Zwolle 3 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5911

3.3.Partijen worden verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of de overeenkomsten, waarbij partijen afspraken de arbeidsomvang, telkens voor een half jaar respectievelijk een jaar, met tien uren per week uit te breiden, moeten worden gekwalificeerd als zelfstandige arbeidsovereenkomsten, waarop artikel 7:668a BW van toepassing is, dan wel dat er steeds sprake is geweest van slechts één arbeidsovereenkomst die, wat betreft de urenomvang, een aantal malen achtereen wijziging heeft ondergaan door de nadere afspraken tussen partijen.

3.4.Bij de beantwoording van deze vraag zal de kantonrechter als uitgangspunt nemen de grondgedachte van het arbeidsrecht in het algemeen, te weten waar nodig bescherming van de zwakkere partij, zijnde de werknemer, en meer in het bijzonder de ratio van artikel 7:668a BW, te weten het verschaffen van zekerheid aan de werknemer, die niet langer dan de duur van drie tijdelijke contracten respectievelijk niet langer dan drie jaren, in onzekerheid behoort te verkeren over de vraag of de op dat moment uitgeoefende functie qua inhoud en omvang (en dus verdiensten) blijvend zal zijn.

3.5.Tegen deze achtergrond doet de volgende opvatting het meest recht aan de bedoeling van der wetgever.


Bijzondere situaties

Let op: de volgende bijzondere situaties kunnen verder van belang zijn om te kijken of je een vast contract voor onbepaalde tijd hebt, of niet:



[1]Kamerstukken I, 2001-02, 27661, nr. 322b, p. 3.

[2]Kamerstukken II, 21479, nr. 32, p. 1.